Vorige geschriften 43 – Als een advocaat verkeerde vragen stelt


(…)

Vandaag de beurt aan de getuigenis van vriendinnen die samen met Annick op de laatste fuif waren. Nadien worden vrouwen uit het leven van Ronald Janssen verwacht.
De media zijn massaal aanwezig.


vanaf pagina 239…

Als ik eindelijk door het bos van benieuwde burgers tot aan mijn stoel ben geraakt, is de ronde, asblonde Melissa op de getuigenstoel aan haar eerste tranen toe.
Ze stokt midden in haar relaas over de laatste nacht dat ze Annick levend zag.
-‘Annick had een fles witte wijn meegebracht van thuis.’

-‘Op het pleintje aan de kerk hebben we ze uitgedronken en het leeggoed in de glascontainer gegooid.’

-‘Het was verschrikkelijk warm in het lage fuifzaaltje.’
-‘Annick is enkele keren naar buiten gegaan.’
-‘Ze was zeker niet dronken, zeker niet. Misschien een beetje “licht”, misschien.’

-‘Bij Gil zijn we nog wat blijven praten.’
-‘Annick is na een tijdje alleen verder gereden, ja. Akelig? Nee, er waren nog andere fietsers die van de fuif terugreden, in de richting van Leuven.’
-’s Morgens belde de papa van Annick me.’
-‘Inderdaad, ze had me geen sms’je gestuurd om te melden dat ze thuis was aangekomen.’
-‘Annick was de “mama” van de groep, zij was altijd de oudste.’
-‘Ze ging graag naar school in Mechelen. Ik heb haar daar op enkele maanden tijd zien openbloeien.’


Verkeerde vraag op het verkeerde moment
Jef Vermassen wil van het jonge meisje weten of zij of Annick soms Janssen kende.
Hij kwam vaak in Diest.
-‘Nee, ik ken hem niet, Annick kende hem niet en ik wil nu niet naar hem kijken!’


Adam Miskovic, de advocaat van Janssen, begaat een strategische fout door te palaveren over het precieze uur dat Annick is weggereden en, nog erger, door Melissa een schuldgevoel te geven.
De advocaat heeft het over ‘samen uit, samen thuis’ en ‘als jullie samen waren gebleven, zou het niet gebeurd zijn’. De zaal reageert verontwaardigd.


Ik bespied Janssen, die met opgetrokken wenkbrauwen, de conversatie volgt.
Ik weet dat een brave man als Miskovic het niet zo bedoelt.
Hij verdwaalt in de mistbanken van dit proces.

Zijn opmerkingen zijn als kaakslagen voor Melissa.
Ze verweert zich: ‘Wie denkt er nu dat er die nacht zo’n gevaarlijke zot rondloopt?’

Janssen zou nu moeten opstaan en het meisje moeten geruststellen dat het haar fout niet is.
Dat zou de eerste grootmoedige geste van Janssen zijn geweest.
Maar hij zwijgt.


Openbaar aanklager Patrick Boyen beeft van colère.
‘Als er hier iemand is die schuldgevoelens moet hebben, dan zal het Janssen zijn. Hij en hij alleen heeft al deze ellende veroorzaakt.’

Melissa verlaat huilend de zaal.
Op de overloop wordt ze opgevangen door de mama van Annick.
Ze huilen in elkaars armen hun verdriet uit.

(…)


Fragment uit ons boek De Moord op het Hof van Assisen


Lees meer in één van onze vorige boeken…


VORIGE FRAGMENTEN: