Uit onze vorige boeken
Er had iemand groot ongelijk, wie?

pagina 27 uit het boek ‘Moord in Moorsele’
(…)
De avond die Moorsele veranderde
‘De navond komt zo traagzaam aangetreden …’ (Guido Gezelle)
Moorsele, zaterdagavond 5 februari 2011.
Avant-première.
Scène in de Rozenstraat, aan de voordeur bij Geert en Caroline. De kaalgschoren Fransman die aan het andere einde van de straat hokt, is de zoveelste die geleend geld komt opeisen. Honderdzestig euro, voor tabak en andere dingen. Hij heet Thomas Couvreur (25) en woont hier nog niet zo lang. In het begin met een jong meisje, daarna alleen met zijn pitbull. Couvreur is vaak weken onzichtbaar. Over zijn verleden in Frankrijk spreekt hij nooit en niemand vraagt erom. Geert kent hem van het café.
Vandaag is Couvreur minder geduldig of meer dronken of meer stoned dan anders. Hij dreigt: zijn geld of geweld. De drugdampen komen uit zijn neus. Er wordt getrokken en geduwd. Caroline belt naar de politie om Couvreur buiten te laten zetten. Couvreur en de politie: dat komt nooit goed. Hij haat agenten. ‘Na wat ik heb meegemaakt.’
Tevreden met de onnozelste dingen
Dinsdagmiddag 8 februari 2011.
Een gewone winterdag in Moorsele, dus een stille dag in de Rozenstraat. De kachels zorgen voor profijtige warmte in de kleinste huisjes. Een aquarium als enige luxe. Zo vroeg en er wordt al tv gekeken, naar de onnozelste dingen. Met de goedkoopste blikjes bier op tafel. Ze lezen Story en Dag Allemaal en De Streekkrant. Plus af en toe een gazette die in de winkel of op café is blijven liggen. Alles is beter dan stilte en leegte.
Deze mensen zouden de hele dag binnen blijven, zelfs niet uit hun zetel komen, ware het niet dat katten en honden voor hun gevoeg naar buiten willen. Ge ziet ze dan met hun honden richting brandweerkazerne trekken. (…)












































































































































































