Uit onze vorige boeken
Stephan Peigneux was niet wie we dachten

Vanaf pagina 53 in ons boek ‘Moord en Doodslag’:

(…) de agenten Michel Grommen en Philippe Henno, zijn onmiddellijk ter plaatse. Ze kunnen makkelijk naar binnen; de sleutels steken op het slot aan de buitenzijde van de deur van het atelier. In de winkel ligt een geknevelde man.
Het is Stephan Peigneux, de eigenaar. Hij heeft bruine tape over zijn mond. Zijn handen worden met dezelfde tape op zijn rug samengehouden. De benen zijn, van knie tot enkel, met opvallende precisie ingetapet.
Agent Grommen aarzelt.
Welke overvaller steekt daar zijn tijd in?
Zodra de tape van zijn mond wordt losgemaakt, begint Peigneux met een hysterisch en zangerig gejammer. ‘Wat is er met mijn vrouw? Ga naar mijn vrouw! Help haar! Haast u!’
Peigneux heeft het over een overval thuis, Sint-Truidersteenweg 130. Twee gewapende en gemaskerde mannen, helemaal in het zwart. Een tweede patrouille, met de agenten Pierre Hermans en Guy Duchateau, trotseert de mist tot aan de woning, zo’n anderhalve kilometer verderop.
Op het gelijkvloers brandt overal licht. De poort van de dubbele garage staat open. Zo raakt men binnen. Nergens enige wanorde. In de woonkamer speelt de tv, afgestemd op RTL. Wanneer agent Duchateau de kelderdeur opentrekt, wordt hij aangevallen door de lichtbruine labrador van het koppel.
In de keuken ligt Brigitte Bex, het gezicht in een grote plas bloed.
De schedel is gebarsten. Ze draagt een kamerjas en een nachtjapon.
Ze is dood.

De agenten verwittigen hun collega’s die bij Peigneux bleven. ‘De vrouw is dood.’ Peigneux snikt hartstochtelijk. Wanhopig ligt hij met zijn hoofd op tafel. Of Brigitte doodgeschoten werd, wil hij weten.
Vader Peigneux komt binnen. Hij woont dichtbij. De politie had hem opgebeld – iedereen kent hier iedereen. We beleven een dramatische scène. Vader en zoon omhelzen elkaar. Even later wordt Peigneux met een ambulance naar de woning van zijn ouders gevoerd. Lena Mulleneers, een buurvrouw, is er toevallig op visite. Ze hoort Stephan het hele verhaal vertellen. Hij snikt dat hij er niets van begrijpt. ‘Pourquoi on-t-il fait ça? Ik heb hen toch alle juwelen gegeven?’

De stad staat ‘s nachts op straat
De sirenes en de machtsontplooiing van de politie hebben alle bewoners gealarmeerd. Binnen de eeuwenoude stadsmuren staat iedereen op straat. De wegtrekkende mist zorgt voor een spookachtig decor.
Agenten zijn royaal met informatie voor de pers. Het gonst meteen van de geruchten. ‘Peigneuxke? Als het allemaal maar waar is wat hij zegt.’
Men kent hem als een ernstig en vroom man, zacht en vriendelijk, een tikkeltje mysterieus. Hij heeft een lelijk litteken naast zijn mond. Een souvenir van een hondenbeet. Peigneux, zoon van welgestelde ouders en bovendien rijk getrouwd. Zelfstandig juwelier-goudsmid geworden nadat hij het bedrijf van zijn schoonouders kon overnemen.
Zijn vrouw Brigitte houdt een juwelierszaak open in Ans, bij Luik.

Het is na middernacht. Bij zijn ouders wordt Peigneux een eerste keer ondervraagd. De agenten moeten een tijdje wachten. Peigneux is aan het telefoneren. Dokter Loncke had hem eerder een kalmerend spuitje gegeven om de huilbuien te doen bedaren. ‘Om halfacht telefoneerde Brigitte me vanuit haar winkel in Ans om te zeggen dat ze zou vertrekken. Ik moest de lasagne in de oven zetten. We hebben nog samen gegeten.’

‘Ik moest de brandkoffer openen’
Peigneux vertelt snikkend dat hij rond kwart voor tien tv zat te kijken.
‘Brigitte doet de afwas, in de keuken. Er wordt aan de voordeur gebeld. Ik maak open. Twee gemaskerde mannen duwen me naar binnen. Nee, mijn hond reageerde niet. Een van de mannen grijpt Brigitte vast. De andere blaft me toe dat ik met hem mee moet. Ik word verplicht mijn Mercedes uit de garage te halen en met de onbekende, in de mist, naar de winkel te rijden. Daar word ik gedwongen het alarm uit te schakelen en de brandkoffer te openen.’

De agenten horen hem uitleggen hoe de gangster Peigneux met tape vastmaakte en hoe de inhoud van de kluis in twee plastic zakken werd overgeladen. Peigneux zou, liggend op de grond, gehoord hebben dat de tweede gangster in de winkel kwam. Nerveus snauwde hij zijn kompaan toe: ‘Het is naar de knoppen. Wegwezen!’

De gangsters verdwenen in de dichte mist. Ze lieten de helft van de buit liggen. Peigneux kon de alarmknop indrukken en wachtte op de politie.

Tot in Maastricht toe wordt groot alarm geslagen. Er volgt een grondig buurtonderzoek. Speurhonden reageren nergens op. De verklaringen van Peigneux roepen de grootste twijfels op.

Het dilemma van de onderzoeksrechter
Vergist Peigneux zich?
Spelen de emoties hem parten? Onderzoeksrechter Philippe Adriaensen uit Vechmaal staat voor een dilemma. Peigneux blijft in vrijheid. De speurders krijgen de opdracht alvast in het privéleven van de verse weduwnaar te graven.

Peigneux is de zoon van een slager die later textielhandelaar werd.
Brigitte werkt bij een bank in Luik.
De jonge Peigneux doet in Luik zijn stage als goudsmid.
Hij leert er Brigitte kennen op de bus. Met zijn slanke figuur, 1m87 groot, kan ze niet naast hem kijken.
Het koppel woont vijf jaar samen in Tongeren, aan de Caesarlann.
Daarna trouwen ze.
Uit liefde?
Of past het beter bij de uitbouw van de commercie?
Brigitte opent een eigen juwelierszaak in Ans, hij in Tongeren.
Stephan noemt Brigitte overal zijn mooiste juweeltje.

Het echtpaar heeft een goede reputatie.
Eerlijk, vriendelijk, vakbekwaam, een groot klantenbestand.
Stephan staat bekend als bijzonder vakbekwaam. Een man met gouden handen. Nooit heeft men hem alcohol zien drinken. Heel Tongeren is klant bij hem. Ook magistraten, advocaten, speurders, rijkswacht, politie, journalisten. Ze komen graag bij hem om een juweeltje te kopen, goud te laten smelten, een herstelling.

Hun juwelierszaken in Ans en Tongeren draaien goed. Ze werken met personeel. Stephan en Brigitte gaan geregeld samen uit eten. Ze nemen jaarlijks enkele keren vakantie. Ze tonen zich beiden diepgelovig. Stephan geeft Bijbelonderricht bij de getuigen van Jehova. In het Luikse trekt hij ’s zondags mee langs de straten om van deur tot deur zijn geloof te verkondigen.

Brigitte en Stephan hadden tot voor enkele jaren Latijns-Amerikaanse wedstrijddansen als hobby. Hun huwelijk blijft kinderloos. Een gewilde keuze, heet het. Een doosje met condooms, vier jaar geleden gekocht, ligt halfvol in het nachtkastje. Misschien beleeft het eerbiedwaardige koppel de intimiteit op een andere manier. Volgens getuigen waren ze niet preuts. Thuis hadden ze een sauna waarin anderen mee mochten zweten. Brigitte sprak geregeld over het krijgen van kinderen, later. Hun jarenlange deelname aan dansconcoursen duidt toch op een lustbeleving. En bovenal, Brigitte was een prachtig mooie vrouw. De onderzoeksrechter blijft aarzelen. Er is te weinig om Peigneux in verdenking te stellen.

Thailand, land van verboden seksuele pleziertjes
Het onderzoek gaat verder.
Telefoonverkeer en financiële transacties worden nagetrokken. Men ondervraagt buren, zakenrelaties, kennissen uit het dansmilieu, getuigen van Jehova, familie. Het zedige provinciestadje gonst van de roddels. François Dochez, ex-schoonbroer van Peigneux, zegt luidop wat velen denken: ‘Ik geloof Peigneuxke niet, maar ik hoop dat het niet waar is wat ik denk. Alleen geld telt voor hem. Brigitte mocht niets van hem. Af en toe luchtte ze haar hart bij mij.’ Meer wil hij niet kwijt in het proces-verbaal.

Er zijn vage toespelingen op de homofiele geaardheid van Peigneux. Hij zou een relatie hebben met Pierre, een werknemer. En wat is dat met die grote zwarte man uit Parijs die een paar dagen na de moord is opgedoken? Hij kent Peigneux blijkbaar goed. De zwarte man met het blonde haar bestuurt de Mercedes van Peigneux.

De speurders onderzoeken de faxen die Peigneux geregeld naar Thailand stuurde of van daaruit ontving. Peigneux was er in de zomer van 1992 een maand met vakantie geweest, samen met zijn vrouw Brigitte. Hij leerde er Thaise straatjongens kennen. Hun lot zou hem danig hebben aangegrepen. Hij wilde een tehuis voor hen oprichten. Hij zag het als een werk van barmhartigheid. ‘Zo kan ik misschien verhinderen dat ze in de prostitutie stappen.’

De gemeenschap van de getuigen van Jehova had hem daarom bejubeld.
In november 1992 was Peigneux één week alleen naar Thailand geweest. Hij kwam terug met het verhaal dat hij ginds was opgelicht en dat het tehuis er niet zou komen.

Niet iedereen gelooft in zijn goedhartigheid
De speurders horen meer over de geaardheid van Peigneux. Hij zou in Hasselt homobars bezoeken. Het personeel van de juwelierszaak herinnert zich dat Peigneux één week voor de dood van zijn Brigitte enkele dagen weg van huis was. Zijn ouders hadden hem weggebracht. Hij zou zakelijke besprekingen hebben gevoerd in Frankrijk en was met de trein teruggekeerd. Zijn vrouw had hem in Luik afgehaald. Zakelijke besprekingen of een gestolen reisje op zoek naar homofiele pretjes? Het is verdacht, dat wel.

Onderzoeksrechter Adriaensen redeneert dat een verborgen geaardheid geen reden is om iemand te arresteren. Dat is juist, maar er is méér. Bij een huiszoeking blijkt dat Peigneux buiten het medeweten van Brigitte een bankkluis heeft gehuurd bij An-Hyp Tongeren. In die kluis vindt men de polissen van vier levensverzekeringen op naam van Brigitte. Met Peigneux als begunstigde. De documenten worden meegenomen voor onderzoek.

‘Het zal misschien toch niet waar zijn’
Maandag 15 februari 1993.
Heel Tongeren is op de uitvaart, samen met de uitgebreide kring van de getuigen van Jehova. Het is een sobere dienst voor de crematie. Geen gebeden, geen toespraken. Aan de koffietafel wordt nauwelijks gepraat. De weduwnaar zit erbij als een gebroken man. Altijd is die grote, zwarte man in zijn buurt. Een zwarte huidskleur, zwarte kledij, een zwarte zonnebril.
Hij wordt opgemerkt in de juwelierszaak.
De speurders vragen hem om uitleg. Michel Virolan (37), zo heet hij. Hij was lang op tv te zien als de atletische danser in de begeleidingsgroep van de zangeres Dalida (1933–1987), bekend van de hit ‘Gigi l’amoroso’. Vorige maand leerde hij Stephan en Brigitte kennen tijdens hun wintervakantie in het Franse Alpe d’Huez. (…)

Boek nog verkrijgbaarverstuur mailtje