Uit onze vorige boeken
Julie Van Espen, hoe het allemaal begon…

Fragment uit ons boek ‘Moord komt nooit ineens’
Nog steeds verkrijgbaar

Julie Van Espen (1996) uit ’s Gravenwezel zou vandaag nog moeten leven en haar loopbaan uitbouwen in de internationale diplomatie. Begin mei 2019 werd ze in Merksem op een weerzinwekkende manier verkracht en vermoord door Steve Bakelmans (1980), die op dat ogenblik in de gevangenis behoorde te zitten na eerdere verkrachtingen, maar door een opeenstapeling van blunders bij justitie al twee jaar vrij rondliep. Een drama voor de velen die de lieve Julie zo graag zagen en met tienduizenden opstapten in witte marsen. Voor justitie een schandvlek die nooit meer uitgewist raakt. Een verhaal dat vijftien jaar eerder begon.

Goed is goed, te goed is slecht

Op dinsdagmiddag 16 maart 2004 ziet Monique, toen 58 jaar, een jonge bedelaar met helblauwe ogen op de grond zitten in De Keyserlei, een drukke winkelstraat in Antwerpen. De scène treft haar. Ze heeft zelf een zoon van die leeftijd. Monique werpt een paar muntstukken in het schaaltje naast hem. Hij zal dan toch minstens een beetje eten kunnen kopen. Monique woont zelf in de stad en weet dat het bedelgeld meestal dient voor drugs. Misschien kan ze hem op een andere manier helpen? Ze gaat naast hem zitten. Hoe oud hij is en hoe het komt dat iemand in de fleur van zijn leven bedelt? Vindt hij geen werk? Hij ziet er gezond uit? Waarom slaapt hij op straat? Met bevende stem antwoordt hij dat het OCMW hem niet wil helpen omdat er iets mis is met zijn papieren en dat de RVA hem niet wil inschrijven omdat hij met niets in orde is. Monique antwoordt dat ze al eerder jongeren heeft geholpen en dat ze thuis telefoonnummers en adressen heeft van plaatsen waar hij zeker geholpen zal worden. Ze zou die wel willen halen maar haar trein naar Dendermonde vertrekt over een kwartiertje. Daar werd haar moeder met spoed in het ziekenhuis opgenomen. Ze schrijft het nummer van haar gsm op een papiertje. ‘Moest het nodig zijn, dan kan je de adressen bij mij komen halen.’

Na de boterhammen en een gezellige babbel

Is deze man in het Centraal Station van Antwerpen uren op Monique blijven wachten tot hij haar uit de trein Dendermonde-Antwerpen zag stappen? Is hij haar gevolgd? Monique is amper thuis op haar flatje vijfhoog als ze wordt opgebeld op haar gsm. Het is Steve Bakelmans met zijn zware Antwerpse accent. ‘We hebben mekaar vanmiddag gesproken. Een boterham wil ik wel.’ Ze laat hem binnen, maakt boterhammen en koffie voor hem. Terwijl hij eet, schrijft ze telefoonnummers op en adressen waar hij als dakloze vanavond zeker terecht zal kunnen. Een aangenaam gesprek, herinnert Monique zich, waarin ze vertelt over de operatie van haar moeder en uitleg geeft bij de foto’s van haar twee zonen, dochter en kleinkind. Bakelmans heeft het over een ongelukkige jeugd en veel tegenslagen. ‘Ik zal je nog wat te eten meegeven voor straks.’

Ze voelt aan dat Bakelmans, van wie ze de naam niet kent, niet van plan is weg te gaan. Het zweet breekt haar uit, hij merkt het en grijpt haar bij de keel. Monique kan niet meer om hulp gillen, ze stampt enkele keren op de vloer in de hoop dat de onderburen zullen komen vragen wat er aan de hand is. Helaas (…)…


Julie Van Espen