Justitie1, Mercuriale 2019

Richting nieuw rampzalig gerechtelijk jaar

5 september 2019  


Wegens besparingen weinig toeters en nog minder bellen,
hapjes of drankjes
bij de opening van het gerechtelijk jaar 2019-2020,
ietwat grotesk alom Mercuriales genoemd.

Tijdens de obligate,
traditioneel erg hoogdravende
en in een onverstaanbare juridische taal
opgediste toespraken
horen we al jaren en jaren
over hetzelfde jammeren
en er verandert amper iets.

Ook dit jaar weer smeken en dreigen,
richting minister, regering en parlement,
en woestijn.

De gerechtsgebouwen blijven instorten,
er blijven te weinig magistraten voor meer-en-meer werk,
de digitalisering is een puinhoop,
advocaten zijn entrepreneurs geworden
en de ene wet is nog niet gedrukt
of is alweer vervangen door een andere.

Magistraten en advocaten
moeten eeuwig blijven studeren
om al die nieuwigheden te kennen
of zelfs om te weten dat er een nieuwigheid is.

Het is dit jaar niet anders, zo te horen.

En zelfs te lezen in De Standaard
waar we ‘s zaterdags al teksten van toespraken vinden
die pas de maandagnamiddag zullen gehouden worden.

Er mag al eens gelachen worden.

Zo serieus is Justitie niet meer,
als het dat ooit al is geweest.

Alsnog hebben we niets gehoord
over de aanvallen op volksjury en Hof van Assisen,
die hype schijnt voorbij te zijn,
in afwachting dat er ooit een regering wordt gevormd.

En dan hebben we het eventjes niet over een danig gepromoot boek
van een professor
die in Bruxelles uitgeloot werd
als volksjurylid in proces over een huis-tuin-en-keukenmoord
en zijn bedenkingen over dat proces op papier heeft gezet.

Alsof hij nooit een eed tot geheimhouding als jurylid heeft afgelegd.

Enfin, de professor blijkt niet-anti Hof van Assisen te zijn,
maar vindt het wel een vorm van theater.

Wij vinden professoren vaak standing-up comedians,
dit gezegd zijnde.

Gust Verwerft

 

 

 

 

 

 

Maandag 2 september 2019






De Standaard was er zaterdag als eerste bij.

 

Het is een cruciaal moment voor justitie’, stelt Deconinck. ‘Er is in korte tijd erg veel veranderd en de omstandigheden waarin we werken, zijn moeilijker dan ooit. Het Hof van Cassatie is de wervelkolom van justitie, maar vandaag balanceren we op een precair evenwicht.’

De voorbije legislatuur trok de gerechtelijke wereld geregeld aan de alarmbel. Magistraten en advocaten kwamen massaal op straat om de jarenlange desinvestering en het moordende hervormingstempo van minister van Justitie Koen Geens (CD&V) aan te klagen. ‘Terecht’, vindt Deconinck. De ‘triestige toestand’ waarin het Brusselse Justitiepaleis zich bevindt – het is zelfs niet veilig genoeg om het ­terroproces over de 22/3­aanslagen te huisvesten – is exemplarisch voor het gerecht.

‘Ook wíj bij Cassatie maken ons grote zorgen’, aldus de magistrate. ‘Het besparingsritme is onhoudbaar, maar ook het wetgevings­ritme dreigt grote problemen te veroorzaken. Onder meer door de potpourri-wetten verwachten we een zware bijkomende last. De cohesie is zoek en mensen zitten met vragen over het overgangsrecht.’

Eén grote soep

‘In bepaalde, veeleer technische domeinen, is de wet drie keer veranderd in vier jaar tijd’, valt procureur-generaal André Henkes haar bij. De ‘PG’ is de hoogste parket­magistraat binnen Cassatie, hij spreekt traditiegetrouw maandag zijn openings­rede of mercuriale uit. Henkes deelt de bezorgdheden van zijn collega. ‘De wetgeving is één grote soep geworden’, schetst de procureur-generaal. ‘Terwijl een rechter een zaak trancheert op basis van de bestaande wet, is men ze al aan het veranderen. De snelle doorlooptijden die de minister nastreeft, leiden in de praktijk dus tot een stroom aan vragen om uitleg aan het Hof van Cassatie.’

Geens is meestal geen slechte minister van Justitie, besluit Henkes. ‘Meer nog: hij behoort tot de betere die ik heb gekend. Maar dat hij drie, vier jaar lang doof bleef voor onze noodkreet en vlak voor de verkiezingen plots 750 miljoen euro extra eiste wegens de catastrofale toestand van justitie, is het toppunt.’

Om de kwaliteit van de rechtspraak te kunnen garanderen, moeten er enkele noodzakelijke voorwaarden vervuld worden, stelt de korpsleiding. Ze heeft een memorandum opgesteld voor de (toekomstige) federale formateurs, met concrete aanbevelingen. Nummer één: het ‘menselijk kapitaal’ bij het Hof van Cassatie moet versterkt worden. Vandaag telt de zetel zo’n dertig mensen en het parket veertien – dat is te weinig. Wat het Hof evenwel het meest tegen de borst stuit, is het uitblijven van de beloofde beheersautonomie.

Deconinck: ‘Sinds de wet van 2014 hebben wij ons huiswerk gemaakt, de teksten zijn klaar, maar de beheersautonomie is er nog altijd niet. Terwijl die onze performantie ten goede zou komen. Nu, we gaan verder op de ingeslagen weg. We zijn een relatief kleine entiteit, maar wel een belangrijke. Hopelijk ziet men dat.’

Wereldvreemd?

Alvast wat informatica betreft, werd Cassatie gewoonweg overgeslagen, illustreert de Eerste Voorzitster. De eigen computerapplicatie van het hoogste rechtscollege, dat dient om de dossiers en arresten te beheren, dateert uit 1994. ‘Ooit waren wij pioniers op het vlak van ICT,’ zegt Deconinck, ‘maar vandaag kennen onze jonge informatici de taal van ons 25 jaar oude systeem zelfs niet meer.’ Volgens Henkes zit het Hof ‘op een tikkende tijdbom’.

Er is, kortom, nood aan een forse financiële injectie. Maar zolang er geen nieuwe federale regering is, komt die er níét. Het Hof voelt naar eigen zeggen elke dag de gevolgen van de federale stilstand. ‘Op veel vlakken staat de interne werking on hold, vernieuwingen gaan niet door, personeels- en andere zaken zitten geblokkeerd.’ Qua j’accuse van de rechterlijke macht aan het adres van de andere machten kan dat tellen.

De jongste jaren zijn de spanningen tussen gerecht en politiek trouwens toegenomen. Een en ander staat niet los van de houding van de grootste Vlaamse partij N-VA, die er niet voor terugdeinst rechters of rechtspraak ‘wereldvreemd’ te noemen. Deconinck is daar zichtbaar niet gelukkig mee, maar laat zich er niet over uit. ‘De uitspraken zijn voor hun rekening, de perceptie bij ons is omgekeerd. Wees gerust, wij staan met twee voeten in de maatschappij.’

Ze geeft wel toe dat het ‘evenwicht’ tussen de machten verstoord is. Lees: de rechterlijke macht wil (opnieuw) meer respect voor haar autoriteit en onafhankelijkheid. ‘Het is tijd om na te denken over de onderlinge verhouding’, besluit Deconinck ­diplomatisch. ‘Wij zijn alvast vragende partij voor een diepgaandere dialoog.’

Marjan Justaert/De Standaard


Meer info


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

De boeken van Gust Verwerft

Al loopt de Waarheid nog zo snel, de Onzuiverheden in de media achterhalen haar wel

"Tempus omnia revelat"
"De tijd onthult alles"