STOP tot 4/11 – Lasne 2023 – De zoon van baron vond dat hij te weinig en zijn stiefmoeder te veel geld kreeg – Verdediging gaf ‘doodslag’ toe, maar géén moord – Ullens wilde niet dat onweerstaanbare dwang wordt gepleit – In Nieuw Strafwetboek wordt het legendarische artikel 71 vervangen door artikel 22 – Volksjury heeft hele dag nodig om tot verdict te komen – Procedurefout bij 7-5 stemming



NIJVEL – Donderdag 24 september 2026 – Proces tegen Nicolas Ullens de Schooten (61). Hij staat terecht voor moord op zijn stiefmoeder, barones Myriam ‘Mimi’ Ullens de Schooten, geboren Lechien.


Nijvel, dinsdagavond 6 oktober 2026 – Nicolas Ullens de Schooten is schuldig bevonden aan de moord op Myriam Lechien. De volksjury was van oordeel dat de beschuldigde met voorbedachten rade heeft gehandeld.

    • Nicolas Ullens gaf toe dat hij op 29 maart 2023 in Ohain zes keer op zijn stiefmoeder had geschoten. De vraag of er sprake was van voorbedachten rade vormde het centrale punt van het proces. De verdediging pleitte voor doodslag, terwijl het openbaar ministerie en de burgerlijke partijen de kwalificatie “moord” aanhielden.
    • De volksjury volgde die laatste stelling, waarbij in de motivering verwezen werd naar het feit dat Nicolas Ullens met zijn auto was weggereden en de villa in de gaten hield en daarbij minstens acht minuten bleef staan. Toen baron Guy Ullens en Myriam Lechien de villa verlieten, stapte hij uit zijn wagen met een geladen vuurwapen, klaar om te schieten.
    • Volgens de volksjury was het niet aannemelijk dat hij op dat moment nog de intentie had om een gesprek te voeren met zijn vader of stiefmoeder.
    • In de motivering wordt opgemerkt dat het voertuig van het slachtoffer in de achteruitversnelling stond, terwijl ze niet de kans had gekregen om achteruit te rijden. “Dat getuigt van de snelheid waarmee de beschuldigde handelde.”
    • Er was het uiterst korte tijdsbestek tussen het moment dat Nicolas Ullens het terrein verliet en zijn vertrek naar het politiebureau. “De zes schoten werden gelost na 10.43 uur en vóór 10.45 uur. Dit uiterst krappe tijdsbestek wijst op vastberadenheid in zijn handelen,” aldus de volksjury.
    • Volgens de volksjury verkeerde de beschuldigde “in een stabiele en onveranderlijke gemoedstoestand”. De waargenomen hevige woede was niet voldoende om hem als geestelijk onevenwichtig te bestempelen.