Vanwaar komt die plotse zurigheid bij het parket-generaal? – Is een Hof van Assisen dan geen publiek forum?
BRUSSEL – We hebben verstandige dingen gehoord tijdens de mercuriales, zeker wat procureur-generaal Frédéric Van Leeuw te vertellen had. Voor het Hof van Assisen wordt de informatieverstrekking aan de pers voor sommigen minder vanzelfsprekend. Dat is merkwaardig, want nergens is Justitie zo openbaar als in een assisenzaal. Getuigen spreken er voor publiek en pers, deskundigen leggen hun bevindingen uit en advocaten pleiten met open deuren. Maar vóór het proces begint, wordt informatie over het dossier steeds moeilijker verkrijgbaar.
- Procureur-generaal Frédéric Van Leeuw wees in zijn mercuriale op de verschillen in communicatie tussen parketten, onderzoeksrechters en rechtbanken.
- Voor assisenzaken is dat bijzonder voelbaar. Een dossier kan jarenlang onderzocht worden, vervolgens door de kamer van inbeschuldigingstelling naar assisen worden verwezen en uiteindelijk op de rol komen, terwijl de pers onderweg slechts mondjesmaat informatie krijgt.
- Eenmaal het proces nadert, verschuift de communicatie bovendien van het parket naar de zetel, meestal via een persmagistraat of persattaché.
- Voor de gerechtsjournalist betekent dat opnieuw zoeken: wie geeft de praktische informatie, wanneer wordt de akte van beschuldiging beschikbaar, welke stukken mogen worden ingezien, wie bevestigt de procesdata en welke informatie mag vóór de eerste zittingsdag worden verspreid?
- EEN OPEN PROCES MET EEN GESLOTEN VOORDEUR
- Daar zit een vreemde tegenstelling.
- Het Hof van Assisen is bij uitstek een openbare rechtspleging. De burger kan binnenwandelen en bijna het volledige proces volgen.
- Maar voor de journalist die dat proces vooraf behoorlijk wil voorbereiden, wordt de toegang tot elementaire informatie een stuk moeilijker dan vroeger.
- Goede verslaggeving over een proces voor het Hof van Assisen begint niet op de ochtend waarop de volksjury wordt samengesteld. Ze begint veel eerder, met correcte data, correcte feiten en een goed begrip van het dossier.
- Wie van de pers nauwkeurigheid verwacht, moet haar ook de mogelijkheid geven nauwkeurig te werken.
Justitie wil beter communiceren maar waarom krijgen journalisten dan almaar minder te horen?
BRUSSEL – Dinsdag 1 september 2026 – Justitie moet transparanter worden. Ze moet beter uitleggen wat ze doet. Ze moet toegankelijk zijn voor de burger en correct communiceren met de pers. Dat zei procureur-generaal Frédéric Van Leeuw bij de opening van het gerechtelijk jaar in Brussel. Mooie woorden. Alleen stellen gerechtsjournalisten in de dagelijkse praktijk iets anders vast: informatie krijgen wordt almaar moeilijker. Soms moet men bijna eerst weten wat er gebeurd is voor men bevestigd krijgt dat er überhaupt iets gebeurd is.
- De mercuriale van procureur-generaal Frédéric Van Leeuw ging dit jaar voor een belangrijk deel over de verhouding tussen Justitie, pers en publiek. Een onderwerp dat minder theoretisch is dan het klinkt.
- Want Justitie heeft een communicatieprobleem. Dat zegt niet alleen de pers. Van Leeuw erkent het zelf.
- NIET LANGER ZWIJGEN
- De tijd dat magistraten vonden dat ze vooral moesten zwijgen en dat vonnissen en arresten voor zichzelf spraken, is volgens de procureur-generaal voorbij.
- Justitie moet volgens hem transparant, toegankelijk en begrijpelijk zijn. Niet alleen voor juristen, maar ook voor gewone burgers. En dus moet ze communiceren.
- Van Leeuw spreekt zelfs over een noodzakelijke evolutie van een cultuur van het zwijgen naar een proactieve communicatie door het Openbaar Ministerie.
- Daar valt weinig tegen in te brengen. Wie ooit een arrest van enkele honderden bladzijden heeft proberen uit te leggen aan iemand die niet dagelijks in een gerechtsgebouw rondloopt, weet dat de formule “het arrest spreekt voor zichzelf” meestal vooral betekent dat niemand nog iets wil uitleggen.
- Ook Van Leeuw vindt dat Justitie niet voortdurend de media de schuld mag geven wanneer er kritiek komt. Als gerechtelijke procedures jarenlang aanslepen, kan men volgens hem moeilijk verbaasd zijn dat journalisten daarover berichten en burgers zich daar vragen bij stellen.
- DE ONDERZOEKSRECHTER BESLIST
- Maar dan begint de praktijk.
- Tijdens een gerechtelijk onderzoek kan een parket niet zomaar vertellen wat er aan de hand is. Voor communicatie over een lopend gerechtelijk onderzoek is de toestemming van de onderzoeksrechter nodig.
- En daar begint volgens Van Leeuw de verwarring.
- Sommige onderzoeksrechters laten het parket behoorlijk vrij communiceren. Andere willen vooraf precies weten wat zal worden gezegd. Nog andere geven nauwelijks of helemaal geen toestemming om informatie vrij te geven.
- Het gevolg noemt Van Leeuw zelf een “indruk van kakofonie”.
- Het ene parket bevestigt snel dat iemand werd aangehouden. Elders wordt meegedeeld dat men “in het belang van het onderzoek geen commentaar geeft”. Soms wordt bevestigd dat een onderzoeksrechter werd gevorderd, maar niet waarvoor. Soms krijgt de journalist pas informatie nadat advocaten of familieleden zelf al uitvoerig met de pers hebben gesproken.
- Wie dagelijks met gerechtelijke informatie werkt, kent het verschijnsel.
- EEN BELGISCHE SPECIALITEIT
- Van Leeuw wijst erop dat die regeling vrij bijzonder is. In onder meer Frankrijk en Nederland speelt het Openbaar Ministerie een veel zelfstandiger rol in de communicatie over gerechtelijke onderzoeken.
- In België kan één onderzoeksrechter in grote mate bepalen hoeveel de buitenwereld over een dossier mag vernemen.
- Dat leidt onvermijdelijk tot verschillen tussen arrondissementen, parketten en zelfs tussen dossiers binnen hetzelfde gerechtsgebouw.
- Voor de journalist wordt het stilaan een kleine studie op zichzelf: wie behandelt het dossier, wie mag er spreken, wie moet toestemming vragen aan wie en bij welke dienst moet men zijn?
- En vooral: wie neemt uiteindelijk de telefoon op?
- PROTOCOLLEN EN REGELS
- Daar komen nog de communicatieregels van het Openbaar Ministerie bovenop. De bestaande omzendbrief over de omgang met de media dateert uit 2019.
- Die regeling had nochtans een nobel doel: meer transparantie, meer uniformiteit en meer vertrouwen van de burger in Justitie.
- Van Leeuw vindt dat de regels opnieuw moeten worden bekeken. Het medialandschap van 2026 is immers niet meer dat van enkele jaren geleden. Nieuws circuleert onmiddellijk, sociale media wachten niet op een persbericht en advocaten, slachtoffers, verdachten en familieleden communiceren soms sneller dan Justitie zelf.
- Wie dan urenlang niets zegt, vermijdt niet noodzakelijk speculatie. Hij creëert er soms ruimte voor.
- EN DAN KOMT DE ZAAK VOOR DE RECHTER
- Ook wanneer een onderzoek afgelopen is, wordt het niet eenvoudiger.
- Zodra een strafzaak voor de rechtbank of het Hof van Assisen komt, verschuift een deel van de communicatie naar de rechtbank zelf, via persmagistraten of persattachés.
- Opnieuw verandert dus het loket.
- Voor ervaren gerechtsjournalisten valt daar nog mee te leven. Zij kennen de telefoonnummers en weten meestal wie ze moeten bellen. Voor beginnende journalisten en kleinere redacties wordt het een ander verhaal.
- En zelfs voor wie al tientallen jaren rechtbanken afloopt, is de vaststelling moeilijk te ontkennen: informatie die vroeger vrij vanzelfsprekend werd meegedeeld, moet vandaag steeds vaker worden gevraagd, opnieuw gevraagd en soms bevochten.
- DE PARADOX
- Daarmee zit meteen de paradox van deze mercuriale bloot.
- Justitie zegt dat ze transparanter wil worden.
- Justitie zegt dat burgers recht hebben op correcte informatie.
- Justitie zegt dat ze met journalisten in dialoog wil gaan.
- Maar tegelijk wordt de toegang tot eenvoudige gerechtelijke informatie steeds formeler, ingewikkelder en afhankelijker van interne regels en toestemmingen.
- Dat is niet noodzakelijk kwade wil. Magistraten moeten rekening houden met het geheim van het onderzoek, het vermoeden van onschuld, de privacy van slachtoffers en verdachten en de rechten van de verdediging.
- Allemaal terecht.
- Maar tussen alles vertellen en bijna niets vertellen ligt een behoorlijk brede strook grond.
- DE PERS IS NIET DE VIJAND
- Van Leeuw eindigde overigens met een gedachte die het onthouden waard is.
- Kranten en andere media bestaan niet om reclame te maken voor het parket. Ze zijn evenmin de spreekbuis van magistraten. Maar ze zijn ook niet hun vijand.
- Correcte informatie aan het publiek is volgens hem een gedeelde verantwoordelijkheid van Justitie én journalistiek.
- Daar kan men alleen maar mee instemmen.
- Maar een gedeelde verantwoordelijkheid veronderstelt ook dat beide partijen over informatie beschikken.
- Een journalist kan moeilijk correct uitleggen wat Justitie doet wanneer Justitie eerst weigert uit te leggen wat ze doet.
BRUSSEL – We hebben verstandige dingen gehoord tijdens de mercuriales, zeker wat procureur-generaal Frédéric Van Leeuw te vertellen had. Voor het Hof van Assisen wordt de informatieverstrekking aan de pers voor sommigen minder vanzelfsprekend. Dat is merkwaardig, want nergens is Justitie zo openbaar als in een assisenzaal. Getuigen spreken er voor publiek en pers, deskundigen leggen hun bevindingen uit en advocaten pleiten met open deuren. Maar vóór het proces begint, wordt informatie over het dossier steeds moeilijker verkrijgbaar.
- Procureur-generaal Frédéric Van Leeuw wees in zijn mercuriale op de verschillen in communicatie tussen parketten, onderzoeksrechters en rechtbanken.
- Voor assisenzaken is dat bijzonder voelbaar. Een dossier kan jarenlang onderzocht worden, vervolgens door de kamer van inbeschuldigingstelling naar assisen worden verwezen en uiteindelijk op de rol komen, terwijl de pers onderweg slechts mondjesmaat informatie krijgt.
- Eenmaal het proces nadert, verschuift de communicatie bovendien van het parket naar de zetel, meestal via een persmagistraat of persattaché.
- Voor de gerechtsjournalist betekent dat opnieuw zoeken: wie geeft de praktische informatie, wanneer wordt de akte van beschuldiging beschikbaar, welke stukken mogen worden ingezien, wie bevestigt de procesdata en welke informatie mag vóór de eerste zittingsdag worden verspreid?
- EEN OPEN PROCES MET EEN GESLOTEN VOORDEUR
- Daar zit een vreemde tegenstelling.
- Het Hof van Assisen is bij uitstek een openbare rechtspleging. De burger kan binnenwandelen en bijna het volledige proces volgen.
- Maar voor de journalist die dat proces vooraf behoorlijk wil voorbereiden, wordt de toegang tot elementaire informatie een stuk moeilijker dan vroeger.
- Goede verslaggeving over een proces voor het Hof van Assisen begint niet op de ochtend waarop de volksjury wordt samengesteld. Ze begint veel eerder, met correcte data, correcte feiten en een goed begrip van het dossier.
- Wie van de pers nauwkeurigheid verwacht, moet haar ook de mogelijkheid geven nauwkeurig te werken.











































































































































































Yenthel Vanhellemont (Linkedin)
Het kernprobleem is structureel: in België hangt communicatie over lopende onderzoeken te sterk af van de individuele toestemming van de onderzoeksrechter. Dat leidt tot inconsistentie en frustratie, precies zoals Van Leeuw beschreef.
Nederland loste het op door alles bij het OM te leggen, maar dat model krijgt terecht kritiek wegens selectieve openheid en doofpot-verwijten.
Een beter alternatief bestaat al in Duitsland:
– Duidelijke scheiding: parket communiceert over het onderzoek, de rechtbank neemt over vanaf de openbare fase.
– Professionele Justizpressestellen (magistraten + communicatieprofessionals) met vaste protocollen.
– Geen individueel veto van de onderzoeksrechter, wel een snelle raadgevende rol.
– Objectieve, gestandaardiseerde informatie + snelle correctie van geruchten.
Voor België betekent dit: wetswijziging die de absolute toestemming schrapt, vaste professionele persdiensten, en een nationaal protocol met heldere overgangsmomenten (onderzoek → verwijzing → assisen).
Zo vermijd je zowel de Belgische kakofonie als de Nederlandse concentratie van macht. Transparantie zonder willekeur.
Luc Van Grijpen (Deurne)
Eindelijk die het durft zeggen en iemand die het durft schrijven
Maaike Floor (Antwerpen)
Heel goed geschreven
Diane Reynders (eremagistraat) Antwerpen
Déjà Vu. Déjà Vu. Déjà vu.
Erwin Verhoeven (Luik)
Ik wilde dat ik het zo punt per punt ergens had kunnen neerpennen.