Nieuw Strafwetboek – reacties
Hoe weinig processen blijven er over voor de volksjury?
- Vanaf dinsdag 1 september 2026 – ruim twee jaar nadat de tekst in het Staatsblad verscheen – zullen we het moeten stellen met een nieuw Strafwetboek; een lijvig werk waaraan tientallen jaren werd geleuterd en dat de oude, uitgesleten wetten uit 1867 moet vervangen. De samenleving is ingrijpend veranderd. Mensen leven anders en er worden tegenwoordig wanbedrijven gepleegd die toen simpelweg nog niet bestonden. Maar wat met de volksjury?
- Maar wat met de volksjury? Helaas valt er — na de vernietiging van de beruchte Potpourri II-wet waarmee het Hof van Assisen al in 2016 de facto werd afgeschaft — in dit nieuwe Strafwetboek opnieuw een duidelijke bedoeling te ontwaren: zo veel mogelijk dossiers weghouden van de volksjury. Daar blijf ik bij. Na alle vijandigheid vanuit de hogere juridische en politieke middens tegenover de volksrechtspraak valt het moeilijk te geloven dat er nu een strafwetboek wordt neergezet om méér dossiers voor het Hof van Assisen te kunnen brengen. Met alle Chinezen… We krijgen hier alom de opmerking dat doodslag-dossiers wel degelijk voor het Hof van Assisen moeten komen. De praktijk leert dat er weinig vindingrijkheid nodig is om een doodslag te degraderen tot een niet-zo-bedoelde doding. We zullen snel weten hoe het er in de praktijk aan toe zal gaan.
- De vraag is hoe vaak raadkamers en Kamers van Inbeschuldigingstelling nog bereid zullen zijn om ‘doodslag’ (artikel 130) te upgraden naar ‘moord’. Moord moet met de nieuwe wet (en ook volgens de oude wet) wél voor een Hof van Assisen verschijnen, mits er voorbedachtheid aan de dodelijke handeling kan worden gekoppeld. Laat dat nu al een halve eeuw het twistpunt zijn in de Brusselse en provinciale assisensteden. Vroeger was het verschil helder, maar die duidelijkheid verdween zodra de demoon van de zogeheten ‘korte voorbedachtheid’ de rechtspraak binnensloop. Voorbedachtheid kon vanaf toen worden herleid tot een fractie van een seconde — net lang genoeg om de handeling te kunnen stoppen, zo luidde de juridische fictie.
- Zo komt het dat de assisenagenda tot nog toe redelijk gevuld bleef met moorddossiers die in het nieuwe Strafwetboek — exitus acta probat — voortaan als ‘doodslag’ gekwalificeerd zullen worden. En, zo hebben de schranderste geesten van Justitie het uitgedacht: een simpele ‘doodslag’ zoals wij die vandaag kennen, komt niet meer d’office voor de volksjury, tenzij er specifieke verzwarende elementen zijn en dat zijn er goddank nogal wat. Denk aan doodslag op een minderjarige of om een diefstal te vergemakkelijken, gijzeling, foltering en soortgelijke dingen.
- Alles draait voortaan rond de opgeschoonde definitie van wat voorbedachte rade is mét een ticket naar het Hof van Assisen: ‘Er is sprake van voorbedachte rade wanneer de dader het besluit om het misdrijf te plegen heeft genomen vóór de uitvoering ervan en dit besluit heeft bevestigd na een tijdsverloop dat volstond om over de daad na te denken.’
- De nieuwe wetten zijn uiteraard niet van toepassing op de tienduizenden dossiers die nog onder de rechter zijn, tenzij de nieuwe strafmaten gunstiger uitvallen voor de beklaagden. Dat heeft nu Annelies Verlinden op donderdag 18 maart 2026 ook willen inzien en het wordt dan toch pas op dinsdag 1 september 2026 dat deze Nieuwigheid wordt ingevoerd, uitgerekend op de dag dat de Mercuriales worden gehouden.
- Het komt hierop neer: het nieuwe Strafwetboek telt acht strafniveaus. Niveau 8 voorziet in levenslange opsluiting en heeft moord, genocide, misdaden tegen de menselijkheid en gepimpte doodslag op het menu staan. Alleen het Hof van Assisen kan Niveau 8 uitspreken.
- Niveau 7 is voorbehouden aan onder meer doodslag en seksueel geweld met de dood tot gevolg (20 tot 30 jaar). Moet dit naar het Hof van Assisen? Nee, niet per sé want voortaan kunnen ook de correctionele rechters tot 30 jaar cel uitdelen. Dat zijn vonnissen die vrijwel zeker voor een Hof van Beroep betwist zullen worden. Een tweede proces dus, en nog meer tijd tussen de feiten en een definitieve uitspraak.
- Men verwacht nu al dat dit systematisch weghouden van dossiers bij de volksjury opnieuw zal leiden tot een lange mars naar het Grondwettelijk Hof. Het zal dan ditmaal zonder mij gebeuren.
woensdag 18 februari 2026/gv
woensdag 18 maart 2026/gv
Enkele interessante reacties brengen we hier ASAP, maar kon niet eerder wegens een technische euvel op deze website (gv)
Het Nieuwsblad – 23 februari 2026











































































































































































Jeroen De Herdt (UA Antwerpen)
Op uw gewaardeerde en veel gelezen website over assisen kwam ik een artikel tegen over de impact van het nieuwe Strafwetboek op het hof van assisen en ik vermoed dat u daar mogelijk hier en daar wat foute informatie over hebt ontvangen. Ik leg u daarom graag het volgende voor ter overweging.
Het nieuwe Strafwetboek schaft het onderscheid misdaden-wanbedrijven-overtredingen af en daarmee ook het artificiële en tot routine herleidde mechanisme van de correctionalisering dat het mogelijk maakt zeer veel zaken aan het hof van assisen te onttrekken.
Met het nieuwe Strafwetboek moest dus ook een nieuwe invulling worden gegeven aan het begrip ‘criminele zaken’ uit de Grondwet, die de ‘criminele zaken’ voorbehoudt aan de jury. Uit het arrest van het Grondwettelijk Hof over de potpourri II-wet (u bijzonder goed gekend) blijkt dat de wetgever een grote vrijheid heeft in het invullen van wat het begrip ‘criminele zaken’ inhoudt, maar moeten minstens de zwaarste misdrijven aan de jury worden voorgelegd.
Samen met het nieuwe Strafwetboek heeft de wetgever in 2024 daarom ook de invulling van het begrip ‘criminele zaken’ heromschreven als volgt (art. 10 Wet van 29 februari 2024 tot invoering van boek I van het Strafwetboek, dat art. 216novies Wetboek van Strafvordering aanpast): “Het hof van assisen neemt kennis van de criminele zaken. De criminele zaken zijn de zaken met betrekking tot:
1° de misdrijven waarop een straf van niveau 8 is gesteld;
2° de doodslag, bedoeld in de artikelen 96 tot 100 van het Strafwetboek;
3° de foltering met de dood tot gevolg, bedoeld in artikel 118 van het Strafwetboek;
4° de aantasting van seksuele integriteit en verkrachting met de dood tot gevolg, bedoeld in artikel 139 van het Strafwetboek;
5° de gijzeling met de dood tot gevolg, bedoeld in artikel 228 van het Strafwetboek.”
Concreet worden alle misdrijven waar een levenslange gevangenisstraf op staat (= niveau 8) dus voorgelegd aan de jury, maar ook de doodslag en de foltering, aantasting van de seksuele integriteit, verkrachting en gijzeling voor zover die de dood tot gevolg hebben.
De facto komt dit neer op het lijstje aan misdrijven dat vandaag ook naar het hof van assisen wordt verwezen. Het was dus helemaal niet de bedoeling zaken te onttrekken aan het hof van assisen die er vandaag wel worden behandeld. Het klopt ook niet dat doodslag niet meer naar het hof van assisen zou moeten en alles zou samenhangen met de definitie van voorbedachtheid (die overigens al overgenomen is in de rechtspraak van het Hof van Cassatie omdat ze de facto de huidige rechtspraak codificeert). Voor de aangehaalde lijst van misdrijven is het hof van assisen bevoegd krachtens het nieuwe artikel 216novies Wetboek van Strafvordering en de wet voorziet in geen enkele mogelijkheid om daarvan af te wijken. Elke doodslag zal dus voor het hof van assisen moeten komen, ook die zonder voorbedachtheid.
Met vriendelijke groeten,
Jeroen De Herdt
Michel Van de Werf
Ik denk dat je het aangepaste artikel 216 novies van het wetboek van strafvordering best eens bekijkt. Doodslag blijft exclusief voor Assisen. Partnerdodingen worden in het nieuwe strafwetboek intra familiale doodslag genoemd en strafbaar met een levenslange gevangenisstraf – straf van niveau 8, volgens artikel 101 van het nieuwe strafwetboek. Er hoeft zelfs geen voorbedachtheid meer bewezen te worden.