Nieuw Strafwetboek
Hoe weinig processen blijven er over voor de volksjury?


    • Vanaf donderdag 8 april 2026 – twee jaar nadat de tekst in het Staatsblad verscheen – zullen we het moeten stellen met een nieuw Strafwetboek; een lijvig werk waaraan tientallen jaren werd geleuterd en dat de oude, uitgesleten wetten uit 1867 moet vervangen. De samenleving is ingrijpend veranderd. Mensen leven anders en er worden tegenwoordig wanbedrijven gepleegd die toen simpelweg nog niet bestonden. Maar wat met de volksjury?

    • Maar wat met de volksjury? Helaas valt er — na de vernietiging van de beruchte Potpourri II-wet waarmee het Hof van Assisen al in 2016 de facto werd afgeschaft — in dit nieuwe Strafwetboek opnieuw een duidelijke bedoeling te ontwaren: zo veel mogelijk dossiers weghouden van de volksjury. We zullen snel weten hoe het er in de praktijk aan toe zal gaan, maar de verplichting om bijvoorbeeld een dossier van doodslag voor Assisen te brengen, is gesneuveld.

    • De vraag is hoe vaak raadkamers en Kamers van Inbeschuldigingstelling nog bereid zullen zijn om ‘doodslag’ (artikel 130) te upgraden naar ‘moord’. Moord moet met de nieuwe wet wél voor een Hof van Assisen verschijnen, mits er voorbedachtheid aan de dodelijke handeling kan worden gekoppeld. Laat dat nu al een halve eeuw het twistpunt zijn in de Brusselse en provinciale assisensteden. Vroeger was het verschil helder, maar die duidelijkheid verdween zodra de demoon van de zogeheten ‘korte voorbedachtheid’ de rechtspraak binnensloop. Voorbedachtheid kon vanaf toen worden herleid tot een fractie van een seconde — net lang genoeg om de handeling te kunnen stoppen, zo luidde de juridische fictie.

    • Zo komt het dat de assisenagenda tot nog toe redelijk gevuld bleef met moorddossiers die in het nieuwe Strafwetboek — exitus acta probat — voortaan als ‘doodslag’ gekwalificeerd zullen worden. En, zo hebben de schranderste geesten van Justitie het uitgedacht: ‘doodslag’ komt niet meer voor de volksjury, tenzij er specifieke verzwarende elementen zijn. Denk aan doodslag op een minderjarige of om een diefstal te vergemakkelijken, en soortgelijke dingen.

    • Alles draait voortaan rond de opgeschoonde definitie van wat voorbedachte rade is mét een ticket naar het Hof van Assisen: ‘Er is sprake van voorbedachte rade wanneer de dader het besluit om het misdrijf te plegen heeft genomen vóór de uitvoering ervan en dit besluit heeft bevestigd na een tijdsverloop dat volstond om over de daad na te denken.’

    • De ondoordachte beslissing om deze wetgeving niet te laten ingaan op 1 september 2026, bij de start van het nieuwe gerechtelijk jaar, maar lukraak op 8 april, zal de situatie er niet doorzichtiger op maken. De nieuwe wetten zijn immers niet van toepassing op de tienduizenden dossiers die nog onder de rechter zijn, tenzij de nieuwe strafmaten gunstiger uitvallen voor de beklaagden.

    • Het komt hierop neer: het nieuwe Strafwetboek telt acht strafniveaus. Niveau 8 voorziet in levenslange opsluiting en heeft moord, genocide en misdaden tegen de menselijkheid op het menu staan. Alleen het Hof van Assisen kan Niveau 8 uitspreken.

    • Niveau 7 is voorbehouden aan onder meer doodslag en seksueel geweld met de dood tot gevolg (20 tot 30 jaar). Moet dit naar het Hof van Assisen? Nee, want voortaan kunnen ook de correctionele rechters tot 30 jaar cel uitdelen. Dat zijn vonnissen die vrijwel zeker voor een Hof van Beroep betwist zullen worden. Een tweede proces dus, en nog meer tijd tussen de feiten en een definitieve uitspraak.

  • Men verwacht nu al dat dit systematisch weghouden van dossiers bij de volksjury opnieuw zal leiden tot een lange mars naar het Grondwettelijk Hof. Het zal dan ditmaal zonder mij gebeuren.

woensdag 18 februari 2026/gv

Het Nieuwsblad – 23 februari 2026