Het begrip ‘noodweerexces’ is uitdrukkelijk opgenomen in het nieuwe Belgische Strafwetboek, in artikel 34 van Boek I. Als afzonderlijke wettelijke verschoningsgrond bestond het vroeger bij ons niet.
Vergelijkbare situaties werden beoordeeld via uitlokking, onweerstaanbare dwang of verzachtende omstandigheden.
‘Noodweerexces’ betekent: iemand wordt aangevallen en gaat door de hevige emoties die die aanval veroorzaakt te ver in zijn verdediging. De reactie is buiten verhouding of gaat verder dan noodzakelijk.
Artikel 34 vereist een onrechtmatige, ernstige en ogenblikkelijke aanval op zichzelf of een derde; een hevige gemoedsbeweging veroorzaakt door die aanval; een rechtstreeks oorzakelijk verband tussen die gemoedsbeweging en de overdreven reactie.
Het verschil met wettige verdediging is groot. Bij wettige verdediging is het noodzakelijke, evenredige verweer gerechtvaardigd: er is geen misdrijf. Bij noodweerexces blijft het misdrijf bestaan, maar schrijft de wet een strafvermindering voor. Alleen zeggen dat men bang of over zijn toeren was, volstaat dus niet.
Bij een misdrijf van niveau 7 of 8 — waaronder respectievelijk doodslag en moord — brengt erkend noodweerexces de straf terug tot niveau 3. De gevangenisstraf daarvan bedraagt ‘meer dan drie jaar tot ten hoogste vijf jaar. Bij bijkomende verzachtende omstandigheden kan nog een lager strafniveau worden toegepast.
Bij vroegere feiten die nu worden berecht, kan de nieuwe regeling grote impact hebben want een gunstiger nieuwe strafwet moet worden toegepast.