Zomerserie 2025
Het beste, helaas ook het laatste wat Luc Deflo schreef

Zo begint de thriller ‘Carpe Diem’ van Luc Deflo (1958-2018)
Uitgeverij Van Halewyck (2020)

Woensdag, 4 februari 2015 – Dat niets ooit echt maagdelijk wit is, daarvan getuigden de wazige schaduwen in de verse poedersneeuw.
André Degreef rolde met zijn schouders en huiverde, maar niet van de kou. Echt koud was het niet. Het was windstil en de temperatuur flirtte met het vriespunt, waardoor de sneeuwlaag vermoedelijk snel zou smelten en oplossen in het niets. Bovendien was Degreef een buitenmens in hart en nieren, die – weer of geen weer – elke dag bij valavond zijn domein inspecteerde, midden in de Keerbergse bossen. Het landgoed was anderhalve hectare groot en als kers op de taart was er zijn prachtige, gerestaureerde hoeve.
André Degreef ging dichterbij. Op zijn hoede, want zijn ogen hadden hem – ondanks hun zevenenzestig jaren – niet bedrogen.
Die wazige vlekken waren wel degelijk voetafdrukken. Dat besef joeg een vreemde tinteling door zijn schouderbladen. Geen angst. Een Degreef kent geen angst. Eerder ongemak. Geen ongerustheid, maar onrust want het lange spoor van voetafdrukken, duidelijk zichtbaar in de verse sneeuw, leidde naar de achterkant van zijn huis.
Fronsend volgde hij het spoor dat plots ophield.
Op de beklinkernde koer, tussen de paardenstal en de voordeur van het woongedeelte waar de sneeuw al lang gesmolten was, omdat zijn dochter Victoria er had gestrooid.


Degreef, gekweld door gramschap, liep naar de solide eiken voordeur en probeerde de klink. De deur was op slot.
Terwijl hij zich omdraaide en naar de voetstappen in de smeltende sneeuw staarde, ging zijn hand instinctief naar de zak van zijn parka.
Voetstappen van een man. Overduidelijk van een man. En wie die man ook was, hij droeg zware winterbottines met geribbelde zolen.
André Degreef haalde de zaklantaarn uit zijn jaszak en begon het spoor te volgen, sneller en sneller lopend, want het was bijna donker nu, tot bij de rand van het bos. Daar bleef hij staan uithijgen, gefrustreerd, met zijn hand steun zoekend tegen de dikke scheve stam van een spar en zijn grimmige ogen spiedend in het zwarte niets.
In die houding bleef André Degreef staan, lang, zo lang als nodig was om én zijn ademhaling én zijn toorn en wrevel te bedaren.
Hij, ooit door vriend en vijand geprezen captain of industry, mocht zich niet laten leiden door zijn emoties, besefte hij. Rationeel denken moest hij doen. Nu meer dan ooit.
Verder zoeken had niet de minste zin. De ongewenste bezoeker, wie dat ook was, kwam van diep uit het bos. Onwaarschijnlijk, want de naaldbomen stonden hier zo dicht op elkaar dat er bijna geen doorkomen aan was. Dat was ook de reden waarom hij hier geen omheining had geplaatst.

Een kind dat een kwajongensstreek had willen uithalen, was het niet. De schoenafdruk was minstens een maatje vier of vijfenveertig, schatte Degreef. Bovendien zou een kind verloren lopen in dat dichte naaldbos.
André Degreef duwde zich af van de stam en verkende met afgemeten passen de rand van het bos. Tot bij zijn ijkpunt. De drie loofbomen, wier grillige takken, nu ze kaal waren, met enige zin voor verbeelding leken op dansende skeletten…

Mechelaar Luc Deflo (1958-2018) debuteerde in 1999 en ontpopte zich tot een populaire en veelzijdige misdaadauteur. In 2008 won hij met Pitbull de Hercule Poirotprijs. Zijn psychologische thrillers vonden door de jaren heen vele duizenden lezers en werk van hem werd vertaald in het Duits en het Frans. Hij was, behalve schrijver, ook een geliefde vader en echtgenoot. Luc Deflo stierf op 26 november 2018, maar zal blijven voortleven in zijn boeken. Postuum verschijnen, zoals hij dat wenste, nog vier romans van hem. Carpe Diem is daarvan de laatste.
Luc schreef ook toneelstukken en werkte als copywriter in de reclamewereld.