Zomerserie 2025
Jan De Man in zijn boek over de volksjury

Stukje uit het boek ‘Eén tegen Allen’
geschreven door de befaamde strafpleiter Jan De Man (1952)
Uitgeverij Pelckmans 2022
200 pagina’s

‘…Tegen het bestaan en behoud van de volksjury worden vaak twee argumenten aangehaald: één, het gaat veel te traag en is daardoor duur, twee, juryleden zijn juridisch niet geschoold. Ik zet daar tegenover dat de vragen die aan een assisenjury worden gesteld juridisch in feite heel eenvoudig zijn. Wie een beetje gezond verstand heeft en met twee voeten op de grond staat, kan in eer en geweten tot het besluit komen of er sprake is van doodslag met de intentie om te doden, of niet. De kritiek op de zogezegde onkunde van juryleden is onjuist.

Misschien gold dat argument in 1850, toen mensen nog zwaar onder de indruk waren van de imposante gerechtsgebouwen en de rode toga’s. Nu niet meer. Juryleden zijn enorm mondig geworden. Dertig jaar geleden was het nog hoogst uitzonderlijk dat een jurylid een vraag durfde te stellen aan een getuige, omdat ze bevreesd waren dat ze hun opinie zouden verklappen. Nu stellen juryleden zeer kritische en relevante vragen.

Er is een korte tussenperiode geweest onder minister Koen Geens waarbij criminele dossiers voor de correctionele rechtbank werden behandeld. Dat ging inderdaad veel sneller: minder getuigen, minder vragen, minder lange pleidooien. Maar er volgde bijna altijd automatisch een tweede zitting op het hof van beroep. Met als gevolg dat de duurtijd finaal even lang was als die van een echt assisenproces.

Ook het argument dat de kostprijs van de beveiliging heel hoog is, is irrelevant, want gewone zittingen moeten evengoed beveiligd worden. Die agenten worden sowieso opgevorderd. Bovendien valt die kostprijs ten laste van Binnenlandse Zaken, niet van Justitie. Maar, en misschien nog belangrijker, deze kortstondige periode waarin criminele zaken door correctionele rechtbanken werden behandeld, verliepen in de regel weliswaar veel sneller, maar ook minder grondig dan voor een Hof van Assisen.

Ik blijf honderd procent achter de basisfilosofie staan die ik in het begin van dit hoofdstuk reeds heb aangehaald: de zwaarste misdaden laten berechten door gelijken van de beschuldigde. Ik zeg dat ook vaak tegen juryleden: ‘Als jullie je ervaringen van dit proces doorvertellen aan jullie naasten, vrienden en kennissen, en die vertellen het op hun beurt door aan de mensen die zij persoonlijk kennen, dan zal de kritiek op Justitie hopelijk verdwijnen of stilvallen.’

De meeste advocaten die geregeld voor het Hof van Assisen pleiten, zullen het met me eens zijn. Er zijn collega’s die voor de afschaffing van de volksjury zijn, maar die vervolgens geen enkele kans onbenut laten om op te duiken in mediagenieke processen. Tja…’