Felix Timmermans in 1935
‘Ja, het was toen de verschrikkelijkste zomer dien ik gekend heb’


Felix Timmermans schrijft in *Boerenpsalm* (1935)
over de heetste en langste zomer ooit:



‘De gewassen waren grijs van ’t stof.
De beken en plassen waren uitgedroogd.
In den vijver van ’t kasteel
lagen de karpers bloot te rotten.’

‘Ons Fien wierd slechter,
de pijnen hielden aan (…)
De asem was kort
en het zweet dreef met druppels van haar kaken.

– Kon het weer maar omslaan,
dan zou het misschien wel beter worden, zei de pastoor.
– Ze heeft frissche lucht noodig en de lucht verzengelt ons.

Ja, het was toen de verschrikkelijkste zomer, dien ik gekend heb.

We kwamen nu aan den oogsttijd
en van af begin Juni had het niet meer geregend,
was er geen wolksken meer aan de lucht gekomen
en de zon gloeide dat de grond er van scheurde
en alle groen verschroeide en verslenste.

Er stond immer schrale, heete oostenwind,
die met zacht gefluit in de schouw speelde
en al fluitend over het veld scheerde.

Het stof ging soms hoog boven de boomen,
dan liep het weer lijk kolommekens over de wegen,
de grond was lijk peper en pikant lijk peper voor de gewassen.

De gewassen waren grijs van ’t stof.

De beken en plassen waren uitgedroogd.
In den vijver van ’t kasteel
lagen de karpers bloot te rotten.
In de Nethe
kon men bij hooge tij
wat stinkend slijkwater halen.

Het was lijk een bespoking
of heel de wereld van de kwade hand was geslagen
en alles en iedereen van hitte
en dorst moest vergaan.

Een staalgrijze droge lucht,
en altijd,
als om zot te worden,
dat scherp gefluit van dien dorren oostenwind,
die over het land joeg
en gedurig de boomen deed ruischen,
dag en nacht.

’s Morgens geen streepje dauw,
nooit een wolksken,
noch in de verte,
noch aan den helm van den hemel,
geen hoop op een regenvlaag,
die de aarde zou verkwikken.

De beesten kloegen naar ’t koele water,
naar ’t sappig gras
en men moest soms ’s nachts opstaan
en hun dan
met woorden
proberen duidelijk te maken dat het niet ging,
maar dat het weldra zou regenen
en ze dan zooveel mochten drinken als ze wilden.

De boeren konden toen gerust bij den pastoor zeggen
dat ze het melk niet gedoopt hadden.
Een liter water had bijna zooveel waarde als een liter melk.

Er wierd een novene voor regen gehouden
en de processie ging dagelijks door de velden…’
(…)

 


Felix Timmermans
Lier, 1886-1947

Een boek dat ik altijd bij me heb en waarin ik al honderden malen heb gelezen. Over het eenvoudige maar rauwe leven van toen. Zo herkenbaar: de mens zoals hij écht is.

Boerenpsalm werd in 1934-1935 geschreven door Felix Timmermans, die toen 48 jaar was. Hij was een van de beste vertellers die Vlaanderen heeft gekend. Zijn boeken werden in alle denkbare talen vertaald.