SERIE - Onze Vlaamse Schrijvers

Serie – L108 – Piet Teigeler (2000) – “…agent Ronald Versluys was nog maar drie maanden bij de politie.”

28 augustus 2019  

Piet Teigeler (Antwerpen,1936)
Schrijft nog dagelijks vanuit Spanje waar hij nu woont.
Al wat hij schrijft op Facebook,
kort of lang,
wordt gretig gelezen.
Hij heeft over gewone dagelijkse dingen
gevonden op het internet
gelezen in zijn ruime bibliotheek
of gezien op tv want hij blijft als volgen.
Hij doet het in de eenvoudige taal,
het kenmerk van de grootmeester.
Hij beleefde de gouden jaren van de krantenjournalistiek.
Ik heb hem altijd gekend als journalist,
eerst bij De Nieuwe Gazet,
daarna weekblad Panorama.
Wellicht daarom uitstekend op de hoogte van hoe je een goede thriller schrijft die tijdens het lezen nooit verveelt.
Je kan ook genieten van de vele details die hij opmerkt,
anderen niet.
Op zijn palmares staan een 20-tal boeken,
telkens thrillers over herkenbare toestanden,
vaak Antwerpse.
Piet Teigeler werd en wordt vaak nageaapt
meer nooit ge-evenaard.



Fragmentje
uit
De Zwarte Dood

uitgeverij Houtekiet



Agent Ronald Versluys 
was nog maar drie maanden bij de politie. 

Dat was waarschijnlijk de reden 
waarom hij zo naïef was geweest 
om in uniform naar huis te gaan. 

Toen het pandemonium losbrak 
op het perron van de premetro 
was hij daardoor vanzelf de man van de situatie geworden. 

Mensen hadden om politie geschreeuwd, 
hadden zich achter hem proberen te verschuilen 
en hadden hem naar voren geduwd 
in de richting van het schot. 

Daarbij was hij zijn kepie kwijtgeraakt 
en die diende hij nu op eigen kosten te vervangen, 
maar was natuurlijk niet het ergste. 
Sorry dat hij er zelfs maar over begon. 
Nu dat er een mens dood was…

‘Oké, Ronny,’ 
zei de hoofdinspecteur. 
‘De knal, het schot. Als je daar eens begon!’

Versluys wierp een blik 
met veel oogwit 
in de richting van de man 
die zich had voorgesteld als 
hoofdinspecteur eersteklas Leo Dewit. 
Alsof dat nodig was. 

In de politietoren aan de Oudaan 
liep er waarschijnlijk geen enkele flik rond 
die niet wist wie Dewit was: 
de Hollander van de OD. 

Afijn, 
hij zou wel tot Belg genaturaliseerd zijn natuurlijk, 
anders kon hij hier geen politieman worden. 

Maar zijn bekakt accent, 
gecombineerd met de afgunst 
die de Dienst Opsporingen sowieso al opriep, 
maakte de blonde jongeman niet bepaald populair. 

Versluys haalde diep adem 
en ging in de houding staan. 

‘Heden,’ 
declameerde hij, 
‘te zestien ure zevenentwintig, 
bevond ik mij in het premetrostation Opera, 
op het perron van de lijnen twee, drie en vijftien, 
richting stad, 
wachtende op lijn twee 
om mij te begeven naar mijn woning …’ 

Dewit sloeg zijn arm om de schouder van de agent, 
maar omdat hij hem voelde verstijven, 
liep hij die meteen weer los.

‘Godverdoeme, Ronny,’ 
vloekte hij in onvervalst Antwerps, 
‘die kloterij zal ik allemaal wel lezen in het PV 
dat gij straks gaat maken. 
Nu moet ik weten wat gij gezien hebt … 
en gevoeld en gedacht!’

Er waren gemengde emoties te lezen 
op het gezicht van agent Versluys: 
groeiende sympathie 
voor de Hollander die Antwerps bleek te kennen, 
verbaasde ergernis 
omdat hij nu zijn vrije avond moest opofferen 
om een proces-verbaal te tikken… 

Wat had de onnozelaar dan verwacht? 
Dat hij rustig weg kon wandelen, 
alleen meer omdat zijn dienst erop zat?

‘Kom,’ 
zei de hoofdinspecteur, 
‘laten we even gaan zitten.’

Hij troonde de jongen in de blauwe blouson 
mee naar één van de plastic banken op het perron. 

Op de bank naast hen 
zat een griffier 
op een laptop te typen. 

De andere leden van het parket stonden bij het lijk, 
dat was blijven liggen zoals het was gevallen: 
op de buik, 
met één arm bungelend over de rand van het perron. 

Carpentier gesticuleerde tegen de onderzoeksrechter.
Het flitslicht van een politiefotograaf 
wierp grillige schaduwen 
op de gladde wanden van de metrotunnel. 

Dewit kende de man niet. 
Hij was ongetwijfeld de assistent die zijn vriend Willy dan toch 
eindelijk 
gekregen had.

‘Eerstaanwezend operateur Willy De Donker,' wees Dewit. 
‘Prima man, 
knapste gast van de wetenschappelijke politie. 
Zie je hem? 
Daar die kale, 
die bezig is plastic zakjes te trekken over de handen van de dode!’

“Sporenbeveiliging,’ 
zei Versluys automatisch. 
‘Defensiewonden, mogelijk residuen onder de nagels.’ 

Het klonk nog steeds alsof de jongen bezig was 
examen af te leggen op de politieschool, 
maar zijn verkrampte schouders leken toch een beetje te zakken.


Meer info


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

De boeken van Gust Verwerft

Al loopt de Waarheid nog zo snel, de Onzuiverheden in de media achterhalen haar wel

"Tempus omnia revelat"
"De tijd onthult alles"