SERIE - Onze Vlaamse Schrijvers

Serie – L102 – Lode Zielens (in 1933) – “

… Ongemerkt moet moeder dan de kamer uitgegaan zijn.”

14 september 2019  

Lode Zielens
Antwerpen 1901-1944
fietsenmaker, havenarbeider
journalist Volksgazet
Vaak bekroond schrijver
Staatsprijs 1932
Opgegroeid in het volks Sint-Andrieskwartier Antwerpen
Oorlog 1914-18 maakte verder studeren onmogelijk
Als 20-jarige redacteur socialistische krant Volksgazet
Zeer bekommerd om het lot van kleine mensen in grote stad
Zielens en de zielige mensen
Zijn tragisch, gekweld leven eindigt even dramatisch.
Sterft onder de laatste Duitse V-bom.



Fragmentje uit
“De gele Roos”
-Geschreven in 1933
Uitgave S.M. Ontwikkeling,
Antwerpen 1959

 



Slechts zelden brak zulke vreugde in ons gezin open 
als op die nieuwjaarsavond. 

Wij, 
de wat schuwe kinderen 
van een ruwe vader 
en een heftige zorgeloze moeder, 
hadden aanvankelijk bedeesd 
en op afstand 
naar het nogal zotte 
en vooral ongewone gedoe van vader en moeder gekeken. 

Maar toen vader zijn 
sinds lang weggeborgen 
harmonica uit de kast haalde 
en spoedig onze woonkamer klonk van het lawaai, 
kwamen wij toch los uit de band die 
tot dan toe 
rond onze vereenzaamde 
en weinig gekoesterde harten 
als geklonken lag 
en gingen geheel op in de 
al te luidruchtige, 
buitensporige vreugde. 

Wij dansten en gilden tomeloos.



Blootvoets trippelde onze grote, 
al twaalf jaar oude zuster Antoinette de kamer rond, 
de handen in de heupen. 

Zo uitgelaten hadden wij haar nog nooit gezien. 

Juist haar zorgeloosheid vuurde ons aan. 
Want 
méér dan moeder, 
oneindig meer dan vader 
had Antoinette onze genegenheid. 

Immers, 
zij zorgde voor ons, 
zij gaf ons te eten. 

Als moeder het huis uit was 
of vader ons tijdelijk verlaten had 
en moeder daarom ergens troost 
en afleiding 
zocht voor haar eenzaamheid, 
bracht onze zuster ons te bed, 
waakte zij over ons.



Hoe kan men soms, 
na jaren, 
al die dingen nog precies weten. 

Hoe worden wij 
ineens 
beslopen door klare herinneringen 
die dan toch weer wegvlotten, 
na ons het aroma van het verleden te hebben gegeven. 

Op dit ogenblik bloeit ons bestaan 
voor mij 
langzaam open. 

Het groeit, 
traag, 
opnieuw in mij. 

Ik weet nu weer dat Antoinette 
op de dag af 
drie jaar ouder was dan ik, 
dat wij samen die nieuwjaarsavond verjaarden. 

Daardoor herleeft hij zo volkomen in mij…



Indien ik geheel afhankelijk was van Antoinette, 
hoe oneindig meer bleef ons broertje Jozef, 
vijf jaar oud, 
aan Antoinettes milde en moederlijke zorgen gebonden.



En nu danste 
en huppelde Antoinette 
alsof alle bekommernissen uit haar gebannen waren 
en wij, 
de jongens, 
die op tafel gekropen waren naast een walmende petroleumlamp, 
wij joelden en juichten, 
voornamelijk omdat onze grote zus zo vrolijk, zo blij was. 



… Ongemerkt moet moeder dan de kamer uitgegaan zijn. 

Het was Antoinette die haar, 
na een poosje, 
miste. 

Maar vader meende dat moeder in de winkel iets extra’s kocht, 
het kon er vooral vanavond wel af. 

Spoedig zou ze terugkeren 
met 
hij wist niet wat 
voor lekkers. 

En de vreugde, 
de rode vreugde, 
schoot weer op. 

Heel de avond hield zij aan. 

Tot vader plots de harmonica neerwierp 
en woedend de kamer op en neer stapte: 
waar bleef moeder toch? 

Wij werden zeer stil. 
Als verlamd zeeg de vreugde neer. 
Was zij te fel geweest? 

Antoinette keek vader voortdurend gespannen aan, 
volgde hem bij zijn stappen. 

Dan gebood hij bars ons te slapen te leggen. 
Jozefke, 
door die plotse uitval verontrust, 
begon zacht te huilen.



Toen werd er geklopt. 
Eerst stil en aarzelend, 
dan luider en aanhoudend. 

Wij zagen elkaar bedeesd en vragend aan. 

Een vreemde, zwarte man stapte de kamer binnen, 
zegde voor ons onverstaanbare dingen 
die vader dadelijk begreep. 

Even wankelde hij, 
scharrelde dan papieren bij elkaar 
en holde weg.



Wij durfden niet gaan slapen. 

Veel later stommelde vader onze kamer binnen. 

Toen hij ons nabij de bleke lamp zag, 
barstte hij in tranen uit. 

Hij streelde onze hoofden. 
O, ongewone tederheid! 
Wij werden bang onder zijn liefkozing. 

Enkel tot Antoinette zegde hij iets, 
diende het echter te herhalen. 

Ik zag hoe 
wezenloos en ontzet 
Antoinette hem ineens aanstaarde; 
in wanhopig huilen en snikken brak zij dan uit, 
kroop over de vloer 
en liep naar buiten, 
de nacht in, leek mij.



Eerst lang daarna hebben wij het geweten: 
moeder was dood.

Het mysterie van leven en dood.
De dood staat altijd klaar tot zijn greep:
een leven is zo geknakt.
Maar onze moeder heeft de dood gezocht.
En tot op heden weten wij nog altijd niet precies waarom zij de dood tegemoet is gegaan.


Meer info


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

De boeken van Gust Verwerft

Al loopt de Waarheid nog zo snel, de Onzuiverheden in de media achterhalen haar wel

"Tempus omnia revelat"
"De tijd onthult alles"