LIT 90 – Jef Geeraerts (1989) – “Opvallend veel militairen, met of zonder plunjezak”


Antwerpen 1930
RIP Gent 2015
BV
Best verkopende auteur
Uitgeverij Manteau
Verfilming van zijn beste romans
1954-1960 Congo
Gangreen 1, 2, enz…
2006 laatste thriller: Coltmoorden
Fragment uit Sanpaku (1989)
Een serie indringende verhalen
...Op zondag 5 mei 1940 om kwart over drie stapten twee mannen uit de sneltrein Brussel-Parijs en liepen naar de vertrekhal van de Gare du Nord. De perrons roken naar stoom, smeerolie en verhit ijzer. De ene man van ongeveer vijftig was corpulent en had zilvergrijs haar. Hij was gekleed in een beige demi-saison, had een dito slappe borsalino op en droeg een koffer. Zijn brede, gladgeschoren gezicht straalde de evidente wijsheid uit die als het ware pulseert met de hartslag. De tweede man was klein en jong, ongeveer twintig, en hij bewoog zich kwiek. Hij had een bleek, intelligent gezicht en droeg een keppeltje op zijn zwarte krulhaar. Hij had een linnen pak aan en hield nonchalant een regenjas op zijn arm. Hij keek geïnteresseerd rond als een vogel. De oudere man heette Jacob Feningstein. Hij was diamantair en woonde in Antwerpen. De jonge man was zijn neef Sammy Fenigstein. Het was de eerste keer dat hij in Parijs kwam. Daarom viel het hem wellicht niet op dat de ruiten van de enorme glazen koepel boven de perrons met repen papier beplakt waren, een maatregel tegen luchtbombardementen. In de vertrekhal waren de stenen beelden beschermd met zandzakjes. Er waren opvallend veel militairen met of zonder plunjezak die zich naar de perrons begaven. Er was ook pasjescontrole, iets waar Jacob Fenigstein zich met duidelijke tegenzin aan onderwierp. Op straat scheen de zon. De platanen hadden jonge blaadjes, die chaotisch ritselden in de wind. Over het stationsplein hing wit polair licht. Het plein leek afkomstig van een oude prentbriefkaart vol ingekapselde nostalgie, de broze reconstructie van een stadsbeeld waarin men terugkeert zonder er eigenlijk ooit te zijn geweest.
Jacob Feningstein keek uit naar een taxi, maar een sjiek geklede dame legde hem uit dat ook dàt in Frankrijk op de bon was. Men kon evengoed via bepaalde telefoonnummers een taxi op de zwarte markt bestellen.
Hij besloot dan maar de metro te nemen en omdat hij dat nog nooit in zijn leven gedaan had, duurde het enige tijd voor hij zijn weg had gevonden in de kriskras door elkaar lopende lijnen. Hij kocht twee kaartjes en ze namen de trein naar het station Miromesnil. De rit werd gekenmerkt door een aangenaam diep zwijgen. Op het gezicht van Jacob Fenigstein speelde een weemoedige glimlach. Hij dacht aan hanengekraai, harde Poolse stemmen en duizelende witte vlakten met bossen aan de horizon.
In de stationshal waren duidelijke tekenen van de oorlog te merken. Verleden week had zijn vriend Moshe Liebermann hem nog verzekerd dat de fascisten zich klaarmaakten om heel binnenkort België binnen te vallen. Het feit dat Frankrijk reeds zes maanden effectief met Hitler-Duitsland in oorlog was, terwijl er aan de Maginotlinie niets noemenswaardig gebeurde, had hem echter min of meer gerustgesteld. Moshe had zelfs gesproken over zijn plan om zo gauw mogelijk naar de Verenigde Staten uit te wijken, zoals enkele Antwerpse joden reeds hadden gedaan, maar na de verschrikkingen van Polen vond Fenigstein Antwerpen een uitstekende plaats om te wonen.
Hij keek zijn neef zijdelings aan en dacht: Lieve Shmuel, je bent jong, nog niet aangetast door levensangst, twijfel of verraad. Je denkt alleen maar aan muziek en je hebt zoveel talent dat ik je behalve om je heldere jeugd, ook daarom een beetje benijd. Sammy Fenigstein zat met zijn been te wippen. Hij vond het erg dat hij nog een dag moest wachten voor ze naar een nieuw instrument zouden gaan kijken, en had al spijt dat hij zijn cello niet had meegenomen, want één dag zonder studeren vond hij ondraaglijk. Hij repeteerde enkele virtuoze vingergrepen met zijn linkerhand, maar miste de sensuele druk van de snaren op zijn vingertoppen. Hij keek naar de eeltplek op zijn duim en wreef er even over met zijn middelvinger. Hij slaakte een diepe zucht, keek verstolen naar zijn oom, die naast hem zat met gesloten ogen, en moest glimlachen…











































































































































































Uw mening is belangrijk voor ons
Freddy Horion wil opnieuw onder de mensen komen
Freddy Horion wil opnieuw onder de mensen komen
Freddy Horion wil opnieuw onder de mensen komen
Freddy Horion wil opnieuw onder de mensen komen
Freddy Horion wil opnieuw onder de mensen komen
Freddy Horion wil opnieuw onder de mensen komen
Freddy Horion wil opnieuw onder de mensen komen
Freddy Horion wil opnieuw onder de mensen komen