Hier had een volksjury moeten oordelenWaarom kwam Grégory Lenoci niet voor het Hof van Assisen?


Hier had een volksjury moeten oordelen

Waarom kwam Grégory Lenoci niet voor het Hof van Assisen?


NAMEN — maandag 24 augustus 2026 — Je ziet nu wat ervan komt als je de spelregels van het Hof van Assisen ondoordacht verandert, zoals in 2010 gebeurde.In Namen velt de correctionele rechtbank een zwaar vonnis in een affaire van een man die naar eigen zeggen wraak neemt op een buurman die pedofiele handelingen zou hebben gesteld. De Waalse media grijpen de zaak aan om de feiten voor te stellen als een zoveelste misstap van justitie. Buurtcomités hadden gerekend op een vrijspraak en enkele bekende politici hadden eveneens kritiek op het vonnis en de straf van zeventien jaar.

  • Het gaat om een moordpoging, virtueel zelfs om moord, want het slachtoffer is sinds de agressie niet meer bij bewustzijn geweest en leeft als een plant.
  • De dader had zelf al een strafblad en stond onder elektronisch toezicht.
  • Het slachtoffer was eerder al veroordeeld voor pedofilie en is in het huidige dossier eveneens in verdenking gesteld.

Moorden en bijna-moorden horen voor het Hof van Assisen te komen. Daar kan een volksjury oordelen en kan iedereen de debatten bijwonen. Nu wordt gereageerd door personen en groepen die hun dossierkennis vooral uit horen zeggen halen.

Helaas kwam er de wet van 21 december 2009 tot hervorming van het Hof van Assisen, die op 1 mei 2010 in werking trad. Vanaf dan kon ook een moordpoging naar de correctionele rechtbank worden verwezen. Die rechtbank kon een straf tot twintig jaar opleggen, en niet langer dertig jaar zoals toen voor het Hof van Assisen.

Deze hersenkronkel is destijds tot bij het Grondwettelijk Hof geraakt. Dat bevestigde dat een moordpoging een misdaad blijft, maar door het aannemen van verzachtende omstandigheden toch als een wanbedrijf kan worden behandeld: Grondwettelijk Hof, arrest nr. 199/2011 en wet van 21 december 2009.

Een kind vertelt vreemde dingen

In die juridische werkelijkheid begon op 24 juli 2025 in Jambes, een deelgemeente van Namen, de zaak-Grégory Lenoci.

Lenoci vernam dat zijn zesjarige stiefzoon mogelijk seksueel was misbruikt door een buurman, Marc P. Dat was geen onbeschreven blad. Marc P. was in 2020 al veroordeeld wegens een poging tot verkrachting en aanranding van een jongen van vijf jaar. Hij kreeg toen een voorwaardelijke gevangenisstraf, psychologische begeleiding en een verbod om contact te hebben met minderjarigen.

  • Op 29 juni 2025 was een tweede klacht tegen Marc P. ingediend.
  • De vader van een meisje uit de buurt beschuldigde hem eveneens van zedenfeiten.
  • Volgens de verdediging van Lenoci zou de politie, indien zij toen onmiddellijk de telefoon van Marc P. had onderzocht, daarop foto’s van het meisje hebben gevonden.
  • Dat onderzoek gebeurde pas op 26 augustus, ruim een maand na de feiten met Lenoci.

Dat vermeende falen van politie en justitie werd later de centrale lijn van de verdediging: als de overheid tijdig had opgetreden, was 24 juli nooit gebeurd.

Een afspraak met voorbedachten rade

Lenoci nodigde Marc P. bij zich thuis uit om uitleg te geven. Volgens Lenoci bekende de buurman tijdens dat gesprek dat hij zijn stiefzoon had betast. Wat daarna volgde, had weinig meer van een gesprek.

  • Lenoci sloeg en schopte de man bijzonder zwaar.
  • Hij filmde een deel van de afranseling en verspreidde een video van 42 seconden via sociale media.
  • Daarop was te zien hoe Marc P. bloedend op de grond lag, terwijl Lenoci hem bleef schoppen.
  • Lenoci nam openlijk de verantwoordelijkheid voor zijn daad op. Hij zei dat hij geen andere keuze had gehad dan zelf recht te doen voor zijn stiefzoon en voor andere kinderen.

Drie mensen die de beelden zagen, belden de hulpdiensten. Toen politie en ambulanciers aankwamen, vonden zij Marc P. bewusteloos in een plas bloed.

Lenoci bleef enkele dagen voortvluchtig en meldde zich vervolgens zelf bij de politie.

Een slachtoffer dat nauwelijks nog leeft

De gevolgen van de afranseling waren verwoestend. Bijna een jaar later verkeerde Marc P. nog altijd in een zeer ernstige neurologische toestand.

  • Hij kon nauwelijks betekenisvol contact maken.
  • Hij had voortdurend verzorging nodig.
  • Hij leed aan afasie en kon dus nauwelijks of niet spreken.
  • Hij was rechtszijdig verlamd.

Marc P. overleefde. Dat ene feit maakte juridisch het verschil tussen moord en poging tot moord. Voor het overige had Lenoci hem, zo oordeelde de rechtbank, behandeld alsof hij niet meer levend uit het huis hoefde te komen.

“Het systeem heeft mijn cliënt in de steek gelaten”

Voor de correctionele rechtbank van Namen vroeg advocaat Étienne Gras de vrijspraak. Hij beriep zich op onweerstaanbare dwang.

Volgens hem was Lenoci terechtgekomen in de slechtst denkbare psychologische situatie. Alles wat tijdens een eerdere begeleiding was opgebouwd, zou in enkele uren zijn ingestort. Niet alleen de bekentenis die Marc P. volgens Lenoci aflegde, maar ook het uitblijven van een snel gerechtelijk optreden had hem over de rand geduwd.

“Het gerechtelijke systeem heeft mijn cliënt in de steek gelaten”, was de kern van het pleidooi. De verdediging voerde bovendien een tegenonderzoek van een psychiater aan. Daaruit moest blijken dat Lenoci wel degelijk behandelbaar was en met een gepaste omkadering kon worden geholpen.

De rechtbank volgde die redenering niet.

Geen onweerstaanbare dwang

Volgens de rechters was Lenoci niet hulpeloos in een situatie beland die hij onmogelijk kon vermijden.

  • Hij had Marc P. zelf uitgenodigd.
  • Hij had de afspraak voorbereid.
  • Tegenover politiemensen die enkele uren voor de feiten bij hem thuis waren geweest, had hij gezwegen over de komst van zijn buurman.

Daarmee, zo stelde de rechtbank, had hij zelf de omstandigheden gecreëerd waarin hij vrij spel kreeg.

Ook de bedoeling om te doden stond volgens het vonnis vast. De rechtbank verwees naar:

  • de extreme gewelddadigheid;
  • het aantal slagen en schoppen;
  • de lichaamsdelen waarop die waren gericht;
  • de gevolgen die ieder redelijk mens van zo’n afranseling kon verwachten;
  • de voorafgaande verklaringen van Lenoci;
  • zijn eigen videobeelden.

Ook de voorbedachten rade werd aangenomen. De afspraak was gepland en verschillende getuigen, onder wie een vroegere psychologe van Lenoci, hadden verklaringen afgelegd waaruit bleek dat zijn optreden niet uitsluitend het gevolg was van één ogenblikkelijke uitbarsting.

Zeventien jaar

Op donderdag 20 augustus 2026 veroordeelde de correctionele rechtbank van Namen Grégory Lenoci tot zeventien jaar gevangenisstraf wegens poging tot doodslag met voorbedachten rade — moordpoging dus. Daarnaast werd hij voor tien jaar ter beschikking gesteld van de strafuitvoeringsrechtbank.

Bij de strafmaat woog ook zijn gerechtelijk verleden zwaar door. Lenoci verkeerde in staat van dubbele algemene herhaling.

  • In juli 2021 was hij al veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf met probatie-uitstel en tot achttien maanden cel wegens opzettelijke slagen en verwondingen.
  • Later volgde nog een veroordeling tot twee jaar gevangenisstraf voor geweldpleging.
  • Op het ogenblik van de feiten droeg hij een elektronische enkelband.

Zijn advocaat kondigde onmiddellijk hoger beroep aan.

“Justice pédoland”

Na de uitspraak barstte de rechtszaal los. Familieleden en medestanders schreeuwden verwijten en bedreigingen naar de rechters. Lenoci moest door politiemensen uit de zaal worden verwijderd. Ook buiten het gerechtsgebouw werd geprotesteerd.

Op sociale media ging het debat nog harder. De straf van zeventien jaar werd tegenover veel lagere straffen voor seksueel misbruik van kinderen geplaatst. Daarbij werd nauwelijks nog rekening gehouden met de verschillende feiten, de juridische kwalificaties, de gevolgen voor de slachtoffers of het strafverleden van de daders. Twee cijfers — zeventien jaar tegenover enkele jaren of maanden — volstonden om van klassenjustitie of zelfs van een “pedoland” te spreken.

  • Voor Lenoci werd een steunactie opgezet die binnen enkele dagen meer dan 65.000 euro opbracht.
  • Er kwamen petities en oproepen aan koning Filip om hem koninklijke genade te verlenen.
  • MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez noemde de veroordeling onrechtvaardig en disproportioneel.
  • Vlaams Belang-voorzitter Tom Van Grieken sprak van een absurd zware straf.

Zo simpel is het allemaal niet

De Morgen omschreef de zaak als een bijzonder ongemakkelijke evenwichtsoefening. De woede van een ouder die vermoedt dat een kind seksueel werd misbruikt, is menselijk te begrijpen. Maar begrip voor die woede kan geen vrijgeleide worden om een verdachte eigenhandig bijna dood te slaan.

De Standaard legde vooral de nadruk op de maatschappelijke weerstand tegen het vonnis en op de reactie van de gerechtelijke instellingen. De zaak werd daarbij niet alleen voorgesteld als een debat over de hoogte van een straf, maar ook als een test voor het gezag van de rechter.

De meest terugkerende redenering luidde dat het publiek de straf van Lenoci vergelijkt met straffen voor seksueel geweld en daaruit besluit dat justitie harder optreedt tegen een wrekende stiefvader dan tegen kindermisbruikers. Dat gevoel van onrechtvaardigheid is politiek zeer bruikbaar, maar juridisch misleidend.

Lenoci werd niet veroordeeld omdat hij kwaad was of omdat hij zijn stiefzoon geloofde. Hij werd veroordeeld omdat hij een ontmoeting organiseerde, een man bijna doodsloeg, delen daarvan filmde en al meermaals voor geweld was veroordeeld.

Het ene onrecht maakt het andere niet recht. En een eventueel falen in het onderzoek naar seksueel misbruik verandert een geplande afranseling niet automatisch in onweerstaanbare dwang.

Rechters zitten daar niet om applaus te krijgen

De Hoge Raad voor de Justitie reageerde bezorgd op de ongeregeldheden en de bedreigingen. Een rechterlijke beslissing, zo herinnerde de Raad eraan, heeft niet tot doel de publieke opinie te behagen. Wie het met een vonnis oneens is, beschikt over rechtsmiddelen. In deze zaak is dat het hoger beroep.

Ook het College van de hoven en rechtbanken veroordeelde de beledigingen, intimidatie en oproepen tot eigenrichting. Opvallend genoeg richtte het College zich uitdrukkelijk tot politici. Van politieke mandatarissen mag worden verwacht dat zij het gezag van rechterlijke beslissingen en de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht respecteren.

Kritiek op een vonnis is vanzelfsprekend toegestaan. Kritiek is zelfs noodzakelijk. Maar kritiek veronderstelt dat men het vonnis kent, de kwalificatie begrijpt en de feiten niet reduceert tot een slogan.

Dat is precies wat in de zaak-Lenoci verloren dreigde te gaan:

  • Een mogelijke kindermisbruiker werd in de publieke verbeelding definitief schuldig verklaard.
  • De man die hem bijna doodsloeg, werd tot beschermende vader verheven.
  • De rechters die het dossier onderzochten, werden de vijand.

En zo werd een correctioneel proces over een poging tot moord plots een veel groter proces: dat van de rechtsstaat tegen de verleiding om het recht weer in eigen handen te nemen.