Justitie Actua

J89 – Geensiaans, een taal die alleen Koen Geens begrijpt

20 juni 2018  

Zeer interessant artikel in Knack en op de website van de eerbare politici Veerle Wouters en Hendrik Vuye over het gevaar van het Geensiaans.

Ooit behoorden ze tot het N-VA-kamp en stemden ze mee het Hof van Assisen en volksjury weg.


Even later zien ze het volle licht, scheuren ze zich af van N-VA en vormen ze een tweemansformatie in de Kamer en bloeien ze open
als de verlichte volksvertegenwoordigers
waarvan er veel te weinig zijn in het land dat het onze is.

We lezen,
vandaag dinsdag 19 juni 2018,
met eigen ogen:

Na het Wetstratees, Stevaertiaans en Dehaenees is er het Geensiaans.
Zeg alles op een plechtige toon
en gebruik zoveel mogelijk moeilijke woorden.
Zij die begrijpen wat hij bedoelt, horen het volgende:
“Vuye en Wouters hebben gelijk,
we hebben ons lelijk vergist met de aanpassing van de taalwet.
We gaan nu ons knoeiwerk proberen herstellen.
Wat dom dat we dit niet hebben gezien vooraleer de wet te stemmen op 17 mei 2018 …”



Grappig of toch niet?

Vele jaren geleden schreef Wetstraat-journalist
Bert Bultinck een boekje over Wetstratees of het geheimtaaltje van de Wetstraat
(Naar de burger toe. Wetstratees, 2004).

Het is een grappig en tegelijk zeer informatief boekje.

Soms duiken er tijdelijke dialecten op van het Wetstratees.

Toen Bultinck zijn boek schreef was bijvoorbeeld het Stevaertiaans in trek.
Hij beschrijft deze taalvariant als: ‘een gevleugelde uitspraak … die uitblinkt in begrijpelijkheid en bondigheid’.

Ook het Decrooïsme krijgt een definitie:
‘het hele spitsvondige, meanderende, vaak moeilijk te volgen taalgebruik’.

Het Dehaenees wordt beschreven onder het trefwoord ‘loodgieter’:
‘met compromissen, toegevingen, compensaties en bochtenwerk zijn resultaat bereiken’.


Laat het zo geleerd mogelijk klinken

Enkel ingewijden begrijpen het Geensiaans

Er is veel water door de Schelde gevloeid sedert Bultinck zijn boek schreef in 2004.

In 2013 hebben Wetstraat-antropologen een academische variant van het Wetstratees ontdekt,
namelijk het Geensiaans.

Enkel ingewijden begrijpen het Geensiaans.

Nog minder bewoners van de Wetstraat spreken deze moeilijke taal.

Het Geensiaans beantwoordt aan enkele nauwkeurige regels.
1
Leg de zaken heel gewichtig uit.
2
Gebruik zoveel mogelijk moeilijke woorden,
liefst met een juridische bijklank.
3
Citeer wetsartikels bij de vleet.
4
Plaats vervolgens deze woorden en wetsartikels
in nauwelijks begrijpbare zinnen met vele tussenzinnen.
5
Zeg alles op een plechtige, welhaast ceremoniële toon
en getuig van Bijbelse vastheid.

Maar vooral, laat niet blijken wat je echt wil zeggen.



Omdat het een ramp is

“In een opiniestuk op
Knack.be
hebben we uitgelegd
dat de recente wijzigingen van de taalwet in gerechtszaken een regelrechte ramp zijn.


 

 

 

 

 

 

 

 


Voortaan mag de rechter een schending van de taalwet niet meer ambtshalve inroepen,
maar moet een procespartij dit doen.

Bovendien mag de rechter de nietigheid nog enkel uitspreken
indien die procespartij belangenschade aantoont.

In het opiniestuk geven we twee concrete voorbeelden:
“Een Franstalige uit Halle-Vilvoorde kan een andere Franstalige rechtstreeks dagvaarden voor een Franstalige rechtbank.
Dit is in strijd met de taalwet,
maar de rechter mag het niet ambtshalve inroepen,
de Franstalige verweerder zal het niet inroepen
en doet hij het om god weet welke reden toch,
dan is er geen belangenschade.

Sterker nog:
een Franstalige dagvaardt een Vlaming uit Halle-Vilvoorde
in het Frans
voor een Franstalige rechtbank.
De Vlaamse inwoner kan zich beroepen op de taalwet in gerechtszaken.
Maar dit zal in sommige gevallen tevergeefs zijn.

Stel bijvoorbeeld dat deze Vlaming een professor is
verbonden aan een Franstalige universiteit,
dan kan de rechter oordelen dat er geen belangenschade is
omdat de verweerder de Franse taal beheerst.
En de rechter die hierover zal oordelen is een Franstalige rechter.
Vertrouwenwekkend is deze regeling alvast niet.”


Een antwoord dat er geen is

De minister van Justitie wordt hierover ondervraagd
in de Commissie voor de Justitie
en antwoordt in het allerbeste Geensiaans:

“De wet van 25 mei 2018 voegt daarbij nog
het mogelijke bevel tot herstel
door de rechter van de eventuele belangenschade
toe,
zie artikel 861, tweede lid Gerechtelijk Wetboek.”

“Op het onderdeel van uw tweede vraag
over een
mogelijk misschien wat
theoretisch scenario
kan ik u antwoorden
dat het evident is
dat het voorgespiegelde scenario
waarbij een eiser moedwillig in de verkeerde taal dagvaardt
of conclusie neemt
en rekent op de medeplichtigheid van de verweerder
om dit te laten passeren
– lees niet te protesteren en de rechter op die manier te verplichten te doen alsof zijn neus bloedt en het geschil alsnog te beslechten – uitgaat van kwade trouw
en overigens onrealistisch is.

Partijen die hun proces willen winnen
zullen een dergelijk gebrek aan respect voor de rechtbank niet durven opbrengen.

Zij zouden zich overigens
allicht
schuldig maken aan misbruik dat
krachtens artikel 780bis van het Gerechtelijk Wetboek
met een burgerlijke boete kan worden beteugeld.

De rechter
zowel als de griffier,
zelfs als zij meertalig zijn,
hebben er immers evenveel belang bij als de verweerder
om in de juiste proceduretaal te worden aangesproken.”

“Dit neemt niet weg dat dit
weliswaar irrealistische scenario
louter theoretisch denkbaar is
op grond van een restrictieve interpretatie van artikel 861,
eerste lid van het Gerechtelijk Wetboek.”

“Ook al heeft het daar verwoorde adagium
“pas de nullité sans grief”
uiteraard een ruimere draagwijdte,
in die bepaling wordt de belangenschade
tekstueel
beperkt tot schade aan de belangen van de partij die de exceptie opwerpt.”

“A contrario geldt dat dus niet voor de belangen van de andere betrokkenen bij de procedure.
Vervolgens geven zowel de woorden
“die de exceptie opwerpt”
als de afschaffing van de absolute nietigheden
die de rechter tot ambtshalve ingrijpen verplichtten
de indruk dat de rechter
bij gebrek aan protest van minstens een van de partijen
machteloos is
en dus evenmin de benadeling van zijn eigen belangen kan verhelpen
of,
ruimer nog,
kan verhinderen dat een vormfout de rechtsbedeling in het gedrang brengt.”

“Omdat ik vrees dat in die interpretatie zal worden volhard lijkt het mij aangewezen om dit theoretisch scenario te remediëren en zal ik een wetgevend initiatief nemen. Ik kom er zo dadelijk op terug.”


De 6de is de Beste

“Uw zesde vraag luidde of een reparatiewet eventueel meer duidelijkheid kan brengen.
Dat spreekt vanzelf.

Indien wordt gevreesd dat zal worden volhard in het beschreven
irrealistische
scenario,
dat overigens misbruik van procesrecht uitmaakt
– ik vrees dat ook –,
zal het volstaan artikelen 861 en 864 van het Gerechtelijk Wetboek te preciseren,
teneinde geen enkele twijfel over het
ambtshalve
ingrijpen van de rechter te laten bestaan
als de rechtsbedeling in het gedrang wordt gebracht.”

“V&W heeft gelijk, we hebben ons lelijk vergist met de aanpassing van de taalwet.”


In Gewone Woorden:

Laten we dit Geensiaans nu even vertalen in gewone mensentaal:
“V&W heeft gelijk, we hebben ons lelijk vergist met de aanpassing van de taalwet.
We hadden het beter bij het oude gelaten.

We gaan nu dan maar een ‘reparatiewet’ stemmen
en zo trachten ons knoeiwerk te herstellen.

Wat dom dat we dit niet hebben gezien vooraleer de wet te stemmen op 17 mei 2018.”

Tja, berouw komt altijd na de zonde …

, ,


Meer info


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

De boeken van Gust Verwerft

Al loopt de Waarheid nog zo snel, de Onzuiverheden in de media achterhalen haar wel

"Tempus omnia revelat"
"De tijd onthult alles"