Serie 119 – Annelies Verbeke (Winnares in 2004) – Over een vrouw die niet kon slapen

In 2004 won ze Vlaamse debuutprijs.
Ze schrijft direct, kort, krachtig en prachtig.

Volgden vele boeken en scenario’s.
In ‘Slaap!’ lezen we over Maya die aan slapeloosheid lijdt
en wat er dan kan gebeuren.

In de media staat dat het boek ‘Slaap!’
sinds ‘Blauwe maandag’ van Arnon Grunberg
het meest indrukwekkende debuut in de Nederlandse letteren is.



Annelies Verbeke
(Dendermonde, 1976)
studeerde Germaanse taal- en letterkunde in Gent
en scenario aan het RITS Brussel.

Haar scenario ‘Dagdreaming’
werd geselecteerd als European Pitch Point
op het Festival van Berlijn 2003.





Fragment
uit haar boek
‘Slaap’ (2004)

“… Dat ik Benoit De Gieter in één nacht tot Vriend had uitverkoren
vloeide niet alleen voort uit mijn behoefte aan een soortgenoot.
Het was een verdrukte drang naar contact die mij dreef.

Hoe meer wakker,
hoe meer alleen.
Na acht maanden begon dat te wegen.
Anderzijds kon ik enkel vrede nemen met een Slapeloze,
want door de anderen voelde ik mij niet begrepen.
De anderen, dat waren er veel geweest.

(…)

Mijn nachten waren langer dan mijn dagen,
want ’s nachts was ik alleen.

Ik keek naar Remco,
die snurkte aan mij zij.

Hij was de reden voor mijn laatste evenwicht
maar hij kon slapen
en dat maakte alle verschil.

Hij gleed van de warme binnenkant van mijn buik
rechtstreeks naar Dromenland,
een plaats die ik mij steeds vager herinnerde.

Tijdens de eerste weken van mijn insomnie
had ik talloze dokters
en vrienden om advies gevraagd.

Ik volgde hun raad nauwkeurig op.
Joggen voor het slapengaan.
Warme melk met honing.
Ademhalingsoefeningen.
Een Alprazolam.
Vijf Alprazolams.
Een jointje.
Een fles wijn.
Stapels boeken.

Maar ’s nachts
voelde ik hoe mijn lichaam mij treiterde
en mijn zenuwen zich opspanden.
Mijn geest kreeg een helderheid
die hij overdag zelden had.

Ik kon mijn gedachtestromen enkel ondergaan.
Ze begonnen meestal met goede moed
en eindigden in misplaatste levensvragen
en zelfbeklag.

Het is goed om geen duidelijk uitgestippelde toekomst voor ogen te hebben.
Een relatie mag geen eeuwigheid beloven.
Kinderen, nee bedankt.
Een job, dat kan geen probleem zijn.
Met mijn diploma’s.
Met mijn humor.
Met mijn talent.
Met mijn geheimen.
Met mijn angst.

Hield ik eigenlijk wel echt van iemand?
Zat ik niet al jaren naar mijzelf te kijken,
meestal koppig en kwaad?

Tegen de ochtend lukte het soms om toch even weg te zinken
in een stadium tussen slaap en waak,
maar dat was nog ver van Dromenland.
(…)