Beleefd open briefje
Hof van Assisen moet de hoogmis van Justitie blijven
Geachte mevrouw de minister,
Beste Annelies,
Ik haast me om u nog een briefje te schrijven, want niets is definitief, het schrijven gaat moeilijker en we weten allebei niet hoe lang u nog minister van Justitie en de Noordzee mag of wilt blijven. De kritiek is alom en onrechtvaardig scherp, alsof u enig aandeel zou hebben in de puinhoop die justitie is geworden.
U hebt die dingen geërfd van uw voorgangers en u bent verstandig genoeg om te weten dat u nog tientallen jaren minister van Justitie zou moeten blijven om het puin te ruimen. Ik zal het zelfs niet meer meemaken dat alle gevangenen brood, bad en een cel krijgen, dat alle vrijheidsstraffen die worden opgelegd ook worden uitgevoerd, dat onze straten en pleinen veilig zijn en dat er voor iedere stoel een magistraat is.
Aan advocaten is er geen gebrek, dat weet u ook. In 2020 was het tijd geworden om uw toga als advocaat-civilist aan de haak te hangen en minister te worden, aanbevolen door een minzaam en erudiet man als advocaat-professor Koen Geens, de vorige minister van Justitie die altijd al het Hof van Assisen, ons Hof van Assisen, heeft willen afschaffen, maar daar niet in geslaagd is. De redenen kennen we allebei goed genoeg.
Vanaf 2020 zagen we u als minister van Binnenlandse Zaken, Institutionele Hervormingen en Democratische Vernieuwing. Het kon niet meer op.
Na dit intermezzo bent u in februari 2025 minister van Justitie en de Noordzee geworden, een bevoegdheid die bij geen enkele politieke partij op het verlanglijstje stond. Het is een ministerie waarmee je nooit kunt scoren en dat alleen negatieve kritiek oplevert, zoals al uw voorgangers hebben ondervonden.
Ik had gehoopt dat we voor het eerst sinds lang opnieuw een voltijdse justitieminister zouden hebben. Helaas wordt ‘de Noordzee’ nog steeds aan ‘justitie’ toegevoegd. Zonde van de verloren tijd, uit de verhalen van uw voorgangers weten we dat er in onze kuststreek veel gemeentelijke lintjes moeten worden doorgeknipt en de minister vaak wordt uitgenodigd voor plechtigheden in bedrijven van Knokke tot De Panne.
Dat had ik u graag persoonlijk gezegd. Ik zie u vaak op tv en lees wat er over u geschreven wordt, maar we hebben elkaar nooit ontmoet, ook niet in onze Hoven van Assisen waar u nog nooit een voet hebt gezet. Dat is geen verwijt, veel van uw voorgangers kenden het Hof van Assisen alleen van naam uit hun cursussen strafrecht of van haastige beelden op tv.
Het Hof van Assisen werd altijd beschreven als de hoogmis van justitie waar geen enkele waarheid bedekt bleef en alleen een volksjury oordeelde over de schuld, en in iets mindere mate over de straf. De zittingszalen van het Hof van Assisen hadden iets majestueus over zich; er heerste een sfeer van respect, vergelijkbaar met de voorbije hoogdagen van het kerkbezoek. Er stonden gendarmes in gala-uniform in de zaal; niemand liep de hele tijd naar buiten en weer binnen, en de beschuldigden kregen hun proces binnen redelijke termijnen. De advocaten en magistraten spraken klaar, luid en duidelijk en over klankinstallaties werd niet geklaagd. Van die mooie zalen is niets overgebleven.
Het waren de jaren waarin het uitvoeren van een vrijheidsstraf geen loterij was. Iedereen wist hoe lang ‘levenslang’ duurde en de ondertussen afgeschafte wet-Lejeune maakte verdere berekeningen eenvoudig. Een volksjury wist vooraf hoe lang iemand in de gevangenis zou blijven. Het ingewikkelde systeem van de parallelle rechtbanken die de strafuitvoering nu regelen, biedt geen enkel houvast en is gedegradeerd tot een kansspel. Het leidt tot systematische kwaadheid die geregeld uitbreekt in gevangenissen.
U weet dat er krachten woekeren om het Hof van Assisen met zijn volksjury te laten verdwijnen. Het zou te lang duren, zo hebben ze u verteld. En iets dat lang duurt, kost veel geld. Nochtans, op waarheid en rechtvaardigheid mag geen prijs staan, dat weet u ook na de Arco-affaire, waarin u destijds optrad als advocaat van de Belgische staat en waaraan u uw naambekendheid te danken hebt.
Daarom vraag ik u wat ik aan uw voorgangers tevergeefs heb gevraagd: kom eens een proces voor het Hof van Assisen volgen, niet eventjes maar van begin tot einde. Incognito als het kan. U zult dan met mij toegeven dat het opnieuw eenvoudiger en sneller kan.
Ik weet dat u aan de malaise bij justitie niets kunt verhelpen en dat de vele protestacties van magistraten en gerechtsmedewerkers wel de gigantische tekortkomingen bevestigen, maar geen oplossingen bieden. Ik benijd u niet, ik zou niet met u willen ruilen – tenzij dan een stukje van uw heerlijke leeftijd van zevenenveertig jaar, uw modieuze kledij, uw ijzeren gezondheid en de klasse die u uitstraalt.
Spreken we dan toch ooit eens af, ergens op een assisenproces? Met een koffietje achteraf in het café op de hoek? Ik zal u de agenda 2026 bezorgen. Het zal uw sombere gedachten even afleiden en u een betere kijk geven op wat justitie behoort te zijn, maar niet meer is.
Gust Verwerft
Uit DE MORGEN van zaterdag 3 januari 2026




































William De Plecker (Moorsel)
Pakkende getuigenis, vanuit het hart maar met veel terechte bezorgdheid.
Lieven De Graeve (advocaat Gent)
Ik geraak meer en meer overtuigd van het gelijk van Gust Verwerft over het Hof van Assisen. Ja, het is duur en tijdrovend. Maar in tijden dat aan beroepsrechters verweten wordt dat ze activistisch en wereldvreemd zijn, kan er toch niets democratischer en transparanter zijn dan de burger zelf rechtstreeks te laten deelnemen aan de rechtspraak? Daar kan geen opendeurdag, mock trial, moot court, ‘Ronde van de Rechtsstaat’, ‘Just(ice) for Kids’ enz. toch tegenop? Als de FOD Justitie het niet meer kan betalen, moet voor zo’n gemeenschapsvormend evenement misschien toch ergens anders een subsidie gevonden kunnen worden?