Als een lege stoel zou kunnen spreken

Dat ik dat nog eens heb mogen meemaken.
Of over hoe slecht mensen kunnen zijn.

Assisenzaal Leuven,
altijd al “the place NOT to be” geweest

De hooghartigheid druipt er van de muren.
En het genoegen anderen te kunnen derangeren.
Door altijd dezelfden.

Het kleine assisenzaaltje is weer volzet.
Althans, naar Leuvense normen.
En het is zogezegd de schuld van de pompiers dat alle mensen hier op een ijzeren bank zitten en niemand rechtop mag staan.

Een unieke situatie in de Belgische justitie.

Zodoende is, met de dagelijkse overvloed aan studenten rechten, het zaaltje altijd vol.

Het assisenadagio “met open deuren”, is hier niet van toepassing.
We zullen eens informeren wat het Grondwettelijke Hof daarvan vindt.
We hebben dat eerder nog gedaan.
Met goed resultaat.


Enfin, terzake.
Op eerste rij worden plaatsen voorzien voor de pers.
De echte pers, met echte perskaarten.

Ik heb daar de hele voormiddag gezeten.
Voor de middagpauze krijgen we een dik halfuur.
Zoals ook andere collega’s laat ik een map en een sjaal liggen, als merkteken.

Om 14 uur staan er weer pakweg 150 studenten aan de deur.
Sommigen staan daar al sedert vanmorgen hun beurt af te wachten.

Als hooligans stormen ze naar binnen.

Zelf wil ik aan dat gevecht niet meedoen.
Veel te oud en ik heb toch een zitje als journalist?


Roepen de blauwmannen plots triomfantelijk:
“Zaal volzet, deuren toe.”

VTM, VRT, ROB-tv,
iemand van Het Nieuwsblad,
iemand van De Standaard,
een radiojournaliste
en ikzelf
kunnen en mogen niet meer binnen.


“Ja maar mijn stoel is leeg.”
“Laat me dan toch binnen”

Dat wordt geweigerd,
en ik hoor een sarcastisch toontje.


Een tijdje later sturen mijn collega’s binnen een berichtje naar mij.
“Waar blijft ge?
In de zaal blijft uw plaats collegiaal leeg.”

Geen van de blauwhemden wil mij naar binnen laten.
Want zij zien die lege zitplaats niet.
Alles is volzet!”

Gust Verwerft

Leuven/vrijdag 15 maart 2019