Justitie, Questies

J85 – Hugo Lamon over een wet waarover te weinig werd nagedacht

15 juni 2018  

Al goed dat advocaat Hugo Lamon het als enige snel in de gaten had en er even snel zijn gedacht over ventileerde in…

…en op Jubel.be .

We hebben het,
na de potpourri-wetten van Koen Geens,
nu over de zogeheten waterzooi-wet
van dezelfde Koen Geens
die voor de Belgische Justitie
na zijn termijn
evenveel zal betekend hebben
als Napoleon Bonaparte.


Koen Geens berijdt zijn stokpaardjes:
dat van het nieuwe bemiddelen
en van collaboratief onderhandelen.


Dat betekent niets minder een lofzang
op alternatieve vormen
in de oplossing van geschillen.


Iets waarover,
volgens Hugo Lamine
en zijn grote aanhang,
nog maar eens onvoldoende werd nagedacht.


Uit het betoog van Hugo Lamine:

“… Ons land kent nu al het systeem van bemiddeling,
waarbij partijen zelf hun geschil trachten op te lossen.

Een onderhandelde oplossing,
waarbij rekening wordt gehouden met ieders belangen
en niet zozeer met hun juridische rechten
zorgt
– zo zeggen de voorstanders –
voor meer duurzame oplossingen.

Wanneer dit gebeurt door een erkend bemiddelaar,
kan de rechter aan de bemiddelde oplossing zelfs een uitvoerbare kracht verlenen.

Dat is een wat gekke situatie,
want ons recht voorziet in geen enkele erkenningsvoorwaarde voor een arbiter
(die het geschil tussen partijen zelfs definitief beslecht),
maar toch legt de wetgever allerhande voorwaarden op aan de erkenning van bemiddelaars
(die enkel de partijen zelf bijstaan).

Bijna nergens ter wereld is dat zo
en
in het buitenland
wordt dit soms afgedaan
als een vorm van Belgisch surrealisme.

De nieuwe wet
zal trouwens bijkomende voorwaarden opleggen aan een bemiddelaar.

Hij moet nu reeds onafhankelijk en onpartijdig zijn,
maar zal nu ook bijkomend blijk moeten geven van neutraliteit.

De praktijk zal leren wat dat laatste begrip precies toevoegt aan de reeds bestaande criteria.


Bemiddelen,
bemiddelen
en nog eens bemiddelen

De nieuwe wet wil dus nog meer inzetten op bemiddeling.

Om zeker te zijn dat iedereen weet wat dat betekent,
wordt er nu in het gerechtelijk wetboek een definitie opgenomen
(art. 1723/1 Ger.W.:
“..de bemiddeling is een vertrouwelijk en gestructureerd proces van vrijwillig overleg
tussen conflicterende partijen
met de medewerking van een onafhankelijke,
neutrale
en onpartijdige derde
die de communicatie vergemakkelijkt
en poogt de partijen ertoe te brengen zelf een oplossing uit te werken”

– zoiets kan enkel uit de koker van juristen komen).

Gek toch dat de wet dat moet definiëren,
terwijl er nergens staat
wat pakweg arbitrage is
of een procedure.

Partijen moeten dus, met behulp van een bemiddelaar, hun geschil zelf oplossen. De nu bestaande beperking dat enkel kan worden bemiddeld over zaken waarover een dading kan worden aangegaan, wordt opgeheven voor vermogensrechtelijke geschillen. Regels van openbare orde, waarvan toch wordt gezegd dat ze fundamenteel zijn voor het rechtssysteem, moeten dus niet langer worden nageleefd bij bemiddeling.


En wat met het beroepsgeheim?

De rol van de bemiddelaar wordt door de nieuwe wet ook uitgebreid.

In de huidige stand van de wetgeving is de bemiddelaar gebonden door het beroepsgeheim.

Op dit ogenblik voorziet art. 1728 § 1 Ger.W.
dat de bemiddelaar “de feiten waarvan hij uit hoofde van zijn ambt kennis krijgt, niet openbaar (mag) maken”.

De wet verwijst daarbij
uitdrukkelijk
naar het door art. 458 van het strafwetboek gewaarborgde beroepsgeheim.

De nieuwe wet voorziet echter een andere regeling
en heeft het nu over een “vertrouwelijkheidsplicht”,
die
met schriftelijke instemming van de partijen
“en binnen de grenzen die zij bepalen”
kan worden opgeheven.

Bij een oppervlakkige lezing
zou men dus denken dat
het beroepsgeheim wordt vervangen door een vertrouwelijkheidsregeling,
maar de nieuwe wet blijft wel stellen
op het einde van art. 1728 §2 Ger.W.
dat artikel 458 van het Strafwetboek van toepassing is op de bemiddelaar.

De wetgever lijkt hier,
allicht onbewust,
partij te hebben gekozen in de discussie
over de draagwijdte van het beroepsgeheim.

Is dit nu van openbare orde
(wat betekent dat ook de cliënt er geen afstand van kan doen)
of kadert het in een contractuele regeling
(en wordt de omvang van het beroepsgeheim door de partijen zelf bepaald)?

De nieuwe waterzooi-wet zou,
alhoewel dat misschien niet de bedoeling is,
dus wel eens een ver strekkend gevolg kunnen hebben
in het principiële debat over de omvang van het beroepsgeheim.


Weer iets nieuws:
collaboratieve advocaten

Tot slot doet de waterzooi-wet een nieuwe functie ontstaan:
de “collaboratieve advocaten”.

Zij verbinden er zich toe om te onderhandelen
“en tijdens de collaboratieve onderhandelingen geen geding op te starten of voort te zetten”
en zijn verplicht zich terug te trekken
“in geval de onderhandelingen mislukken”.

Die nieuwe vorm van advocatuur
is voorbehouden aan de advocaat
die
“ingeschreven staat op de lijst van de collaboratieve onderhandelaars”
opgesteld door OVB en OBFG,
waarbij het nieuw art. 1739 § 2 tweede lid Ger. W.
stelt:
“alleen advocaten die een bijzondere opleiding hebben genoten,
de vereiste erkenning van collaboratieve advocaat hebben toegekend gekregen
en het reglement voor collaboratieve advocaten hebben onderschreven,
kunnen opgenomen worden in deze lijst”.

Er zijn in Vlaanderen nog geen erkende opleidingen,
evenmin erkenningen en ook nog geen reglement.

Er zal dus op die punten nog veel collaboratief moeten onderhandeld worden
tussen OVB en OBFG.

Woensdag 13 juni 2018


Auteur-advocaat Hugo Lamon


Meer info


Reageren niet meer mogelijk.

De boeken van Gust Verwerft

Al loopt de Waarheid nog zo snel, de Onzuiverheden in de media achterhalen haar wel

"Tempus omnia revelat"
"De tijd onthult alles"