Gebeitelde Woorden, Opinie

Walter De Smedt: “Hervormingen? Nu blijft er niets meer over”

11 oktober 2017  

Op zondag 20 oktober 1996 trokken 300.000 mensen door de straten van Brussel. De burgers vroegen wat hen toekomt: een betere en menselijkere justitie.

Wat is daar vandaag van overgebleven?
En wat gaat het worden?


Analyse door Walter De Smedt.


Walter De Smedt weet waarover hij spreekt en schrijft.
We kenden hem als een durvend rechter in strafzaken,
als onderzoeksrechter,
als assessor bij processen voor het Hof van Assisen
en in Brussel
als lid van Comité P en Comité I.
Hij zetelde eveneens in het comité Franchimont
en blijft actief als vaak gelezen analist voor Knack en Apache.be


De onderzoekscommissie die het dossier Dutroux onderzocht, lanceerde een nieuw woord: “disfuncties”.
Met dit leeg begrip bereik je niets.
Het is hooguit een handigheid om verantwoordelijkheid voor fouten en gebreken te ontlopen.
Zodoende “disfunctioneren” wij sindsdien verder.


Gaat het dan vandaag sneller en doelmatiger?
Nee.
En menselijker is het helemaal niet meer!

Daarom de vraag:
waartoe dienen al de hervormingen die dagelijks, druppelsgewijs en zonder veel debat, worden gestemd.

Wat is het echte doel van de “pots pourris” van Koens Geens die o.a. het Hof van Assisen en de volksjury verminkten?


Wat eenvoudig was, is nu moeilijk

Een hervorming van justitie zou moeten leiden tot het beter oplossen van geschillen tussen enerzijds de burgers onderling of tussen anderzijds de burger en de staat.

Het strafgerecht is er voor de zwaarste geschillen die als “misdaad” worden omschreven.
Daartoe bestonden vaste regeltjes.

De procureur vervolgt,
de onderzoeksrechter onderzoekt,
de strafrechter oordeelt.

En voor alle eerlijkheid: wat de onderzoeksrechter doet, dat moet op papier staan dat nadien door alle partijen (de procureur, de burgerlijke partij en de verdachte) voor de strafrechter in een openbaar en tegensprekelijk debat kan worden aangewend en, zo nodig, wordt aangevuld door onderzoek op de zitting.


Voor de zwaarste misdrijven bleef de beoordeling aan wie zij door de Franse Revolutie was gegeven: bij het volk zelf.

Dat het onderzoek en de verwijzing naar de rechtbank over de grond vandaag niet meer door het volk wordt uitgeoefend maar intussen aan beroepsrechters werd gegeven, was gesteund op bijkomende waarborgen zoals de onafhankelijkheid én de onpartijdigheid van zowel de onderzoeksrechter als de strafrechter en de verplichting voor de strafrechter om zijn uitspraak publiekelijk te motiveren.


En toen was er de commissie Franchimont

Na de affaire Dutroux werd een commissie opgericht met als opdracht de “knelpunten in het vooronderzoek” weg te nemen.

Deze commissie was pluralistisch samengesteld uit professoren, magistraten en advocaten.

De commissie trachtte te voldoen aan de gestelde eisen.
Zo werden de rechten van de verdediging uitgebreid.

Het werd mogelijk om tijdens het onderzoek en in het openbaar belang mededelingen te doen.

Het gebruik van “het sepot” – het zonder gevolg laten van de vervolging – werd in de wet opgenomen.

Het toezicht op de onderzoeksrechter door de procureur-generaal werd vervangen door dat van het Hof van Beroep.

De opdracht van de onderzoeksrechter werd versterkt:
Letterlijk: “Het gerechtelijk onderzoek is het geheel van de handelingen die ertoe strekken de daders van misdrijven op te sporen, de bewijzen te verzamelen en de maatregelen te nemen die de rechtscolleges in staat moeten stellen met kennis van zaken uitspraak te doen”.


Het land van de tegenstand

Ondanks de voorstellen van de commissie Franchimont als wetten werden gestemd, was niet iedereen er mee akkoord.

Dat bleek duidelijk uit een toespraak van de korpsoverste van de Rijkswacht, generaal De Ridder, op studiedagen over “Een eigentijds Openbaar Ministerie” op 7 en 8 oktober 1994.

De generaal zegde:
“De procureur des Konings is niet bij machte om de leiding van de opsporing als dusdanig op zich te nemen. Hij is daar niet geschikt voor…
Welke richting men hier ook uitgaat, het principe dat de onderzoeksrechter het onderzoek leidt en controleert, heeft in de praktijk niet alleen onvoldoende uitwerking, maar vernauwt ook het onderzoekpotentieel van een politiedienst in die mate dat de onderzoeksrechter slechts met bepaalde onderzoekers wenst te werken.”

Hij zegde verder:
“Als zou blijken dat er na de geschetste ingrepen die alle te realiseren zijn binnen de heersende wetgeving, er toch geen beterschap komt inzake de opsporing en vervolging, dan zal naar meer radicale ingrepen moeten worden uitgezien.”


Dat heet dan radicale ingrepen

De door de generaal aangekondigde “radicale ingrepen” werden uitgevoerd.

Door de wet op het politieambt werd de leiding over de verzelfstandigde politieoperatie, al of niet met bijzondere methoden, aan de magistratuur onttrokken en aan de politiemeerdere gegeven.

De opdracht van de onderzoeksrechter werd stelselmatig vernauwd.
Zijn “saisine”, de aanduiding van wat hij moet onderzoeken, werd steeds verder verkleind.

Er kwamen “mini onderzoeken” en “machtigingen tot enkel specifieke onderzoekdaden”.

Ook in de praktijk werd de opdracht van de onderzoeksrechter aangetast.
In de operatie Kelk, het onderzoek naar pedofilie in de Kerk, werd de maatregel hardnekkig betwist om de rechtscolleges in kennis te stellen van huiszoekingen en inbeslagnames.

Later kwam er zelfs een wetsvoorstel om de inbeslagname van diamanten te onderwerpen aan de beoordeling door een “extern expert”.


De procureurs aan de macht

De poging van de generaal om opsporing én onderzoek in eigen handen te nemen, werd bemoeilijkt door de integratie van de politiediensten op twee niveaus.

De andere poging om alle politiediensten op te slorpen lukte maar deels.

De gerechtelijke politie bij de parketten en de zeevaart-, de spoorweg- en luchtvaartpolitie werden wél opgeslorpt.

Maar aan de gemeentelijke autonomie en de daaruit voortkomende lokale politie kon niet worden geraakt.

De politie verkreeg wél een handig middel om de verplichting tot uitvoering van rechterlijke opdrachten te beoordelen.
De politiemeerdere beslist of er wel de nodige “capaciteit” voor is.

Na deze deels gelukte radicale ingreep, waardoor de politie een eigen verzelfstandigde politierecherche verkreeg, werden even radicale ingrepen doorgevoerd om de opdrachten en de bevoegdheden van de procureur groter en die van de rechter kleiner te maken.

De opsporing door het parket werd de meest gebruikte vorm van onderzoek.

De beoordeling van de vervolging werd misbruikt om er de rechterlijke beoordeling door te ontwijken.

Daarbij werd het voorgesteld alsof de beslissing om al of niet te vervolgen een alleenrecht van de procureur zou zijn.

Dat is niet waar.

Andere diensten, zoals de douane en accijnzen, kunnen eveneens vervolgen.
En de burger kan dat via een burgerlijke partijstelling of een rechtstreekse dagvaarding.


Het is zo ver, bijna

In de afkoopwet bereikte de uitbreiding van de bevoegdheden van de procureur zijn eindpunt.

De procureur gaat nu op de plaats van de rechter zetten.
In deze procesvorm is er géén openbaar en tegensprekelijk debat meer.

Er is géén definitieve uitspraak over schuld en straf.
Blijft enkel een schikking tussen partijen over de opportuniteit van de vervolging.

Een schikking die bovendien vertrouwelijk is.
Het Grondwettelijk Hof keurde de afkoopwet af omdat deze wijze van procesvoeren “niet eerlijk” is.

Deze manier van afhandeling is volkomen tegengesteld aan het doel van ieder strafproces.

Het oplossen van een conflict tussen partijen waarvan de procureur er één is.
Een oplossing die tot stand komt door een definitieve, onafhankelijke en onpartijdige uitspraak over de schuld en de straf.

Een uitspraak die aan iedereen tegenstelbaar is en die moet worden uitgevoerd.

Ook dit laatste element werd volkomen ondermijnd.
De rechterlijke uitspraak is niets meer dan een “aanwijzing” geworden.

Een aanwijzing die al of niet wordt uitgevoerd of volgens ervan afwijkende modaliteiten.


Antwerpen, dinsdag 10 oktober 2017

, , ,


Meer info


2 reacties

  1. jean le paige schreef:

    aub zou walter de smet mij even kort kunnen mailen ?
    wij kenden elkaar goed tot ik op pensioen ging en in 2002 succesvol en definitief naar Thailand uitweek
    ik denk dat w goed met elkaar kunnen opschieten en zou graag met hem corresponderen !
    jean le paige
    ereadvocaat
    ancien avocat à la Cour d’ Appel de Paris

  2. Kristina Peeters schreef:

    Kristina Peeters uit Berchem

    Niet één advocaat, vooral strafpleiters niet, staat te applaudisseren voor de nieuwe maatregelen.
    Het afschaffen van de functie van onderzoeksrechter en de mogelijkheid tot burgerlijke partijstelling zijn ronduit waanzinnige ideeën.
    En dan te denken dat de justitieminister Koen Geens toch zelf advocaat is of was.
    Wellicht zal hij – na zijn stage aan de balie – niet veel rechtbanken meer van binnenuit gezien hebben, vermoed ik.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

De boeken van Gust Verwerft

Al loopt de Waarheid nog zo snel, de Onzuiverheden in de media achterhalen haar wel

"Tempus omnia revelat"
"De tijd onthult alles"