Happy, Literatuur

LIT 10 – Willem Elsschot (1910) – “Ik sla haar dood en steek het huis in brand”

18 juli 2017  

Toen hij bespeurde hoe de nevel van den tijd
 in d’oogen van zijn vrouw de vonken uit kwam dooven,
 haar wangen had verweerd,
haar voorhoofd had doorkloven
 toen wendde hij zich af
en vrat zich op van spijt.

Hij vloekte en ging te keer 
en trok zich bij den baard
 en mat haar met den blik, 
maar kon niet meer begeeren,
 hij zag de grootsche zonde in duivelsplicht verkeeren
 en hoe zij tot hem opkeek 
als een stervend paard.

Maar sterven deed zij niet, 
al zoog zijn helsche mond
 het merg uit haar gebeente, 
dat haar tòch bleef dragen.
 Zij dorst niet spreken meer, 
niet vragen of niet klagen,
 en rilde waar zij stond, 
maar leefde en bleef gezond.

Hij dacht: 
ik sla haar dood en steek het huis in brand.
 Ik moet de schimmel van mijn stramme voeten wasschen
 en rennen door het vuur 
en door het water plassen
 tot bij een ander lief in eenig ander land.

Maar doodslaan deed hij niet, 
want tusschen droom en daad
 staan wetten in den weg 
en praktische bezwaren,
 en ook weemoedigheid, 
die niemand kan verklaren,
 en die des avonds komt, 
wanneer men slapen gaat.

Zoo gingen jaren heen. 
De kindren werden groot
 en zagen dat de man dien zij hun vader heetten,
 bewegingloos en zwijgend bij het vuur gezeten,
 een godvergeten en vervaarlijke’ aanblik bood.

Willem Elsschot
Rotterdam 1910

(Uit verzameld werk Willem Elsschot)

 



Reageren niet meer mogelijk.

De boeken van Gust Verwerft

Al loopt de Waarheid nog zo snel, de Onzuiverheden in de media achterhalen haar wel

"Tempus omnia revelat"
"De tijd onthult alles"