Literatuur

LIT 41 – Louis Paul Boon (1948) – Dat moment waren we blind, het was het eerste uur

29 november 2017  


In zijn boek Mijn Kleine Oorlog
is Louis Paul Boon op pagina 94 toe aan het hoofdstuk “Het Laatste Uur”.
De oorlog is voorbij,
of toch minstens is de Duitse terugtocht rond Aalst begonnen.

Leestekens zijn aan de oerschrijver Boon niet besteed.
We kunnen niet anders dan hier en daar toch een komma of een punt te zetten.
En door vaak aan de lijn te gaan.


Ge zoudt Boon
met zijn lijzige stem
deze teksten moeten horen voorlezen,

het is subliem.
Zelf lezen is moeilijker.


De laatste nachten konden wij niet meer slapen,
meestal lag ik in een zetel aan het open achterpoortje
met een deken rond de benen,
om naar de sterren te kijken
en het verre geronk van de vliegers te beluisteren
en sigaretten te roken,
om af en toe eens binnen te lopen
en naar de turletut van de Engelse post te luisteren.


En net even voor middernacht,
tararaboem,
het lied dat ze vroeger
te pas en te onpas
speelden als de koning stierf of zo,
maar dat nu
na vier jaar
mijn hart deed opspringen tot in mijn keel:
onze troepen hebben de Belgische grens overschreden.


Mijn vrouw
die mij had afgelost om naar de vliegers te luisteren
en sigaretten te roken,
kwam naast mij staan
zonder het achterpoortje te hebben afgesloten.
Hoe onvoorzichtig, terwijl de Duitsers nog altijd voorbijreden.


Staat die camion met gewonden daar nog? Vroeg ik.
Nee, die is weg, zei ze.


En ik keek haar aan,
ze had een grijze wollen kous over het hoofd
en mijn overjas
met de kraag overeind
rond haar schouders.
Ge zijt net een Rus, zei ik
maar we lachten toch niet,
we luisterden naar de tararaboem
en ze zei ik zou wel kunnen huilen,
Louis jongen, ik zou wel kunnen huilen.
Maar ze moest dat niet zeggen, ze deed het al.


En we maakten inderhaast koffie
en we luisterden naar de geruchten op de straat.


Ze zijn daar! Zei mijn vrouw,
en inderdaad we hoorden hen
met gespijkerde schoenen
opstappen,
we rukten de straatdeur open
en datzelfde moment hoorden we,
zeer vaag
want de wind kwam van de andere kant,
de beiaard spelen.


En wat was dat?
Het leek gejoel.


En ondertussen moesten we ook kijken naar hen die voorbijmarsjeerden,
er was werkelijk te veel te horen en te zien,
maar het waren nog steeds Duitsers.
Ze liepen in twee rijen
dicht naast de huizen
en we hielden de adem in.
Vorwarts, riepen ze.


En meneerke Brys,
die vroeger een welstellend burgertje was geweest,
maar nu
met de oorlog
ten onder was gekomen
en peukjes sigaret ging rapen als niemand het zag,
trok zijn raam open en hing de driekleur buiten
– veronderstelden we –
want in de duisternis was het een zwarte lap.


En wat verder sloegen ze al de ruiten stuk bij manke Charlot,
die binst de andere oorlog aan dat kaduk been was geraakt
in de loopgraven,
en nu heel de oorlog een zwarte was geweest,
hoe rijmt men dat saam?


En dan hoorden we weer stappen.
Luister, zei ik
En het was de Marseillaise die men zong,
dat zou wel Proske en zijn vrouw zijn geweest.


En Dinges, zei mijn vrouw.
Dinges, waar zijn uw gedachten, vroeg ik…
Men had hem veertien dagen geleden van zijn bed gehaald,
ze had het me zelf verteld
met ogen zo groot en een trillende onderlip,
nadat ze rondgezocht hadden om iets te verbergen,
of wat een boek hadden we nog te verbranden?
Geen enkele meer.


Enfants de la patrie
en het was om mijn bloed vervroor
en mijn hersenen in brand schoten,
en het was of ik geen handen meer had om ze tot vuisten te ballen.
Formez vos bataillons
en dan kwamen ze voorbij
in gesloten gelederen
en wij rilden en juichten hen toe,
de jongens met een handgranaat in hun broeksband.


Met tien waren ze,
maar dat belette ons niet om de volgende ochtend de 990 anderen toe te juichen
die op de tanks van de Engelsen zaten.


Wij juichten de Engelsen toe
en de Amerikanen
en de Canadezen
en de Schotten
en de jongens van de witte brigade
alhoewel ik er verscheidene bij zag die gisteren nog bij de zwarte brigade waren,
maar dat moment waren we blind:
het was het eerste uur.

,


Meer info


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

De boeken van Gust Verwerft

Al loopt de Waarheid nog zo snel, de Onzuiverheden in de media achterhalen haar wel

"Tempus omnia revelat"
"De tijd onthult alles"