Assisen Vlaanderen, Memories, Onze boeken

Extra – Studenten over zaak Ronald Janssen – Wij antwoorden

21 januari 2017  

Niet echt toeval, maar toch onverwacht.
Kort voor de uitzending van “De Kroongetuigen” over Ronald Janssen, willen studenten tweedejaars rechtspraktijk Hogeschool UC Limburg-Leuven mij interviewen.


Ik ben opdracht 5, zo lees ik, en het moet nu erg snel gaan want de vorige vier opdrachten hadden langer geduurd dan ze dachten.



Nathalie Oxinoudis en Daan Van Den Broek
hebben hun 15 vragen keurig voorbereid.
Ze schakelen allebei hun iPhone in.
65 minuten later zijn alle vragen beantwoord.


Opdracht 5
Boekverslag
DE MOORD OP HET HOF VAN ASSISEN
Het proces Ronald Janssen,
de laatste hoogmis van Justitie
Schrijver: Gust Verwerft (Antwerpen)


(…) We besloten om contact op te nemen met Gust Verwerft.
Met de gedachte van: een “nee” hebben we, een “ja” kunnen we krijgen.

Gust is een gerechtsjournalist en auteur.

Hij schrijft o.a. boeken over grote processen zoals die van Els Clottemans, Kim de Gelder, Hans Van Themsche en uiteraard Ronald Janssen. (…)

Het lijvige boek ‘De moord op het Hof van Assisen’ vertelt ons alles over de feiten.
Daarnaast geeft het een gedetailleerde beschrijving van het proces.
Van de weg naar de volksjury tot en met de uitspraak, en zelfs daarna nog.

Het ideale boek voor mensen die onze richting studeren.
We hebben er veel uitgeleerd.

Niet alleen hoe een procedure in het Hof van Assisen in z’n werk gaat, maar ook vele begrippen, die door Gust Verwerft op een begrijpelijke manier worden uitgelegd.


Vraag 1
Hoe komt het dat u alles zo gedetailleerd weet?
Heeft u de dossiers mogen inkijken?

Antwoord:
Veel details, dit is binnen de gerechtsjournalistiek helemaal niet ongewoon.
Plus, ik heb het boek NA het proces gemaakt.
Een proces in het Hof van Assisen is publiek, openlijk.
Alle vragen worden daar gesteld, en hieruit kan je veel afleiden.

Alles wordt hier gezegd, en er worden dingen voorgelezen ter bewijs van bepaalde gebeurtenissen.
Het is niet nodig om in de dossiers te kijken (op enkele keren na, voor een bepaald detail), want het volstaat om aanwezig te zijn in de zaal en goed te luisteren.

Dus, op zich is het niet verwonderlijk dat een gerechtsjournalist al die dingen weet.
Inderdaad, in kranten vindt men dit allemaal niet terug.
Dat is ook niet wat de lezers verlangen.
Ze willen de feiten, kort samengevat, want ze hebben geen tijd om zich te verdiepen in details.

Wanneer je er een boek van maakt, gaat dat wel.
Op het moment dat je zo een boek schrijft, lijken dat misschien veel details, maar over tientallen jaren heeft dat misschien een historische waarde.

Ik heb het respect voor mijn lezers om enkel juiste dingen te schrijven.
En als het niet juist was, dan deed ik het niet 40 jaar lang.


Vraag 2
Tijdens het verhoor waarin Janssen alles bekende, vertelde hij (onvolledig) wat er allemaal gebeurd was. Tijdens het proces sprak hij dit tegen of zweeg hij. Gelooft u dat Janssen bij het verhoor waarin hij alles bekende de waarheid sprak? Of weet hij het echt niet meer, zoals op het proces?

Antwoord:
Ik denk dat hij op het proces zichzelf min of meer beschermde door daarover niet meer te willen spreken, zo in de aard van “het is al erg genoeg.”
Hij vond dat al alles gezegd en voldoende geweten was.

Hij heeft tijdens het proces niet te veel gezegd, maar dat is begrijpelijk tegenover het grote publiek, inclusief de ouders en de families.
En daarbij, wat moest hij zeggen?

De dingen die hij heeft gezegd, zullen niet gelogen zijn.
Maar hij heeft ons gruwelijke details bespaard.
Iedereen wilde graag horen wat er nu in detail gebeurd was.
Maar was het nog niet erg genoeg?

Ik denk niet dat er iemand beter van zou worden als hij alle details zou opsommen.
Ik heb het niet enkel over die drie doden, maar ook over die tientallen verkrachtingen.
Het blijven hengelen naar al die details, ik vind dat voyeurisme.
Dat doet er niet meer toe.

Hier zie je dat er toch nog een klein beetje goedheid in Janssen zit.
Want moest hij van het genre ‘Dutroux’ zijn, zou hij alles tot in de goorste details uitleggen, om het allemaal nog wat erger te maken. Je zou kunnen redenen dat Janssen de families wou sparen.
Dutroux geniet van het leed van de mensen, dit lijkt bij Janssen niet het geval.


Vraag 3
Vindt u dat mensen zoals Janssens wel recht hebben op zo een eerlijk proces?

Antwoord:
Natuurlijk. Stel dat hij het niet zou gedaan hebben…
Zonder zo’n proces zouden veel vragen niet beantwoord worden.

Zo’n publiek proces is nodig.
Justice must also be seen to be done.
Een proces is er tegelijk om vele dingen uit te sluiten en om te vermijden dat de beschuldigde naderhand nog andere versies zou lanceren. Of iemand anders de schuld geven.

Na zo’n proces zijn alle andere mogelijke pistes uitgesloten.

Anderzijds, was het een eerlijk proces?
Daarover kan gefilosofeerd worden.
Moest dat proces in Limburg met een Limburgse volksjury die vanuit de kranten al zo veel details op voorhand kende?
Hier was hij al tot levenslang veroordeeld nog vooraleer het proces was begonnen.


Vraag 4
Janssen mocht eisen stellen.
Hij eiste dat er geen foto’s van hem gemaakt mochten worden.
Wat vindt u hiervan?

Antwoord:
Om te beginnen: er bestonden al foto’s van hem.
Iedereen kende hem want er stonden al zoveel foto’s gepubliceerd.
Zijn eis, noem het een vraag via zijn advocaat, kwam er omdat hij geen zicht meer had op de buitenwereld. Hij wist niet wat er al allemaal over hem geschreven was, foto’s erbij.

Bij Janssen speelde de bezorgdheid om zijn eigen kinderen.
Hij dacht te kunnen vermijden dat er op school zou gezegd worden: “Kijk dat is de papa van X en Y.”
Ik kon hem daar dan ook in volgen.
Maar zijn vraag had geen zin, de media hadden genoeg foto’s en video’s van hem, opgehaald in Loksbergen waar hij woonde.

En stel dat de voorzitter had gezegd: ‘er zullen toch foto’s gemaakt worden.’
Dan kon men misschien niet meer rekenen op de medewerking van Janssen die had kunnen weigeren naar zijn proces te komen en telkens met geweld zou moeten opgehaald worden.

Voorzitter Michel Jordens wilde een sereen proces, dus gaf hij Janssen zijn zin, toch wat het weigeren van fotograferen in de zaal betreft.


Vraag 5
Bent u iemand die door personen als Janssen zijn vertrouwen in de mensheid verliest?

Antwoord:
Neen, totaal niet.
Er is nog steeds meer goed dan kwaad in de wereld.
Ik ben mijn vertrouwen in de mensheid niet kwijt.
Op zo’n proces hoor je ook veel positiefs.

Maar ik ben het vertrouwen in de samenleving kwijt, met wat er tegenwoordig allemaal gebeurt.
Nu, dat heeft eigenlijk niks met Janssen te maken.
Janssen is niet de oorzaak dat de wereld anno 2017 dol draait.

Zou dit mijn eerste zaak zijn, ergens in 1965, dan zou ik er misschien getraumatiseerd door zijn.
Maar ik draai al zo veel jaren mee in de wereld van processen en daardoor kan ik dat nu toch relativeren.

Anderzijds, ik word wel wantrouwiger.
Toch merkwaardig dat hij al die jaren een dubbelleven kon leiden.
Hoe heeft hij dat zo lang kunnen wegsteken?
Niemand die iets wist of opmerkte? Raar hee?
En bestaan er nog andere Janssens?

Daar ben ik soms mee bezig, ja.
Het geeft me geen gerust gevoel, denkend aan wat mijn eigen kleinkinderen zou kunnen overkomen.


Vraag 6
Zijn er ook mooie momenten tijdens zo een proces?

Antwoord:
Ja, natuurlijk.
Ik hoor vele mooie getuigenissen over de slachtoffers, maar ook over daders.
De broers en zussen van Janssen kwamen getuigen.
Ze hebben hem geen enkel moment laten vallen.

Ook wat familie en vrienden van de slachtoffers kwamen vertellen, dat waren mooie getuigenissen. En zo zie je hoe mooi mensen kunnen zijn.


Vraag 7
We hadden tijdens het lezen van het boek eventjes het gevoel dat u, mede door de tergende en herhaalde vraagstellingen van Jef Vermassen medelijden kreeg met Janssen. Klopt dit?

Antwoord:
Nee, medelijden is een sterk woord.
Ik vond dat vanaf een bepaald moment al die vragen en opsommingen niet meer hoefden.
Alles was gezegd en doorgedrongen.
De herhalingen stoorden mij.
Des te meer omdat Adam Moskevic, de eenzame, stilzwijgende advocaat van Janssen, toch niet antwoordde omdat er simpelweg niets in te brengen was.

Een batterij advocaten begon tijdens de pleidooien nogmaals alles te herhalen.
Die parlando’s duurden twee dagen, plus het lijvige requisitoir van de openbare aanklager erbij.
Een herhalen van wat we al wisten.

De advocaten overtroefden mekaar in het beschrijven van kwaadheid en gruwel.
Jef Vermassen is heel gedreven in die dingen.
Daarom mijn irritatie.
Dat hebben jullie goed opgemerkt.


psychiater Paul Lodewyck

Vraag 8
Gelooft u dat Janssen op dit moment geholpen kan worden door een heel goede psychiater en terug de samenleving in zou gestuurd kunnen worden?

Antwoord:
Neen, dat zijn constructiefouten in iemands hersenen.

Het geheel is fout gemonteerd, daar kan je niets meer aan doen.

Bij hem is er veel doorgebrand en onherstelbaar beschadigd in de loop van zijn jeugdjaren en toch bespeur je nog een beetje goedheid binnenin, bij momenten.

Janssen zou nooit meer in onze samenleving kunnen functioneren.

Hij zou hier ook nooit meer aanvaard worden.


Vraag 9
Er is veel kritiek heen en weer gegaan tussen de speurders van Hasselt en Leuven.
Wie had volgens u de leiding moeten hebben bij het onderzoek naar de verschillende moorden?

Antwoord:
Een kwestie van perceptie en een triestige samenloop van omstandigheden.

Het waren nog meest de advocaten die voor de publieke opinie een zondebok moesten hebben.

Ze hadden iemand nodig om de schuld op te steken.

Maar er is slechts één iemand schuldig en dat is Ronald Janssen.

Wie bevoegd was voor dit complexe onderzoek?
Wel, de eerste feiten zijn gebeurd in het arrondissement Leuven.
De tweede feiten, bijna drie jaar later, in het gerechtelijk arrondissement Hasselt.
Niemand zag op dat ogenblik een verband.

Toegegeven, in Leuven is veel misgelopen.
Bijna niet geloven, achteraf beschouwd.
De hele dienst daar werd naderhand opgedoekt en vervangen.

Sommige Leuvense speurders, die een onderlinge privé-oorlog uitvochten, kwamen na eliminatie van de vele verdachten weer tot de conclusie dat het Janssen niet kon zijn.

Waarom niet?
Omdat hij, bijvoorbeeld, in de burgerlijke stand stond opgeschreven als samenwonend met zijn kinderen, wat niet waar was.
Zo iemand zou niet beantwoorden aan het profiel van de dader zoals de misdaadanalisten het voorhielden.

Verder was niets negatiefs over hem bekend als leerkracht of als dorpsbewoner, integendeel.
Hij nam actief deel aan het gemeenschapsleven.

Te laat zou blijken dat de informatie over Janssen, waarmee speurders in Leuven moesten werken, niet volledig was. Voor de pers was dat, voor en tijdens het proces, een vette kluif. Het werd zo vaak herhaald dat het bijna was alsof de speurders in Leuven de dood van de twee laatste slachtoffers op hun geweten hadden.

Ikzelf heb dat niet als dusdanig aangevoeld of geschreven.
Ik heb geleerd dat de samenleving machteloos is tegenover het absolute kwaad.
Denk maar aan de aanslagen, de jongste jaren.


Vraag 10
Welk moment liet de meeste indruk op u tijdens het proces?

Antwoord:
Dit proces, meer dan andere, was een opeenstapeling van emoties zodat ik het moeilijk vind om hier een rangorde in te maken.

De getuigenis die me het meest bijgebleven is, is de getuigenis van de grootvader van Annick Van Uytsel. Dat komt natuurlijk ook omdat we hetzelfde geboortejaar hebben.

Ik heb eveneens van die kleindochters, ik kon het me allemaal heel goed voorstellen. Ik heb me bijgevolg beter kunnen inleven bij de grootouders dan bijvoorbeeld bij de zussen en broers van de slachtoffers.

De grootvader vertelde alles zo sober en toch doorleefd.
Hij wou zijn kleindochter, met wie hij heel goed overeen kwam,  niet anders voorstellen dan dat ze was. Zo zei hij dat ze o.a. – naast het feit dat ze een schitterend persoon was volgens alle andere getuigenissen – ‘nen groten bek’ had. Dat is de echte waarheid, en er is niets zo mooi als een getuigenis recht uit het hart.

Dat was een zeer mooi moment, ja, dat is me bijgebleven.
Zoals er veel dingen uit vele processen zijn bijgebleven, maar deze getuigenis drong wel diep tot me door…


Vraag 11
Bij een volksjury zitten gewone burgers. Sommige zullen wel intelligent zijn, maar de kans is er dat er ‘minderbegaafde’ bijzitten. Vindt u dat de gemiddelde burger in staat is om een oordeel te vellen in strafzaken, zoals een moord?

Antwoord:
Over dat zogezegd probleem heb ik recent al 240 pagina’s geschreven in mijn jongste boek “Exit Hof van Assisen”.
Het bestaan van een volksjury wordt totaal verkeerd voorgesteld, bijna als een karikatuur.
Zo geloven velen dat er simpelweg 12 burgers worden uitgeloot, maar dit is niet het geval.
Er gaat een hele procedure aan vooraf waarmee een evenwichtige samenstelling moet worden gewaarborgd.

De lottrekking van die 12 namen, tijdens het proces zelf, is de laatste fase.
Vooraf wordt er al enkele malen geloot en geëlimineerd.
Zodoende komt men tot een mix van hoger en lager opgeleiden, wat dit ook moge betekenen.
Dus dat van “gewone mensen”, dat klopt niet.
De uitloting van een volksjury is dus minder lukraak dan het graag wordt voorgesteld.
In de urne waaruit de namen worden uitgeloot, zitten theoretisch evenveel burgers met een hogere opleiding als met een lager opleiding.

Bovendien, het IQ doet er niet toe in zo’n proces.
Het EQ (emotioneel quotiënt) is ook belangrijk, evenals het inlevingsvermogen en de graad van eerlijkheid en burgerzin. Een hoge opleiding waarborgt zoiets niet.
Dus de mixture binnen een volksjury blijft gezond.


Vraag 12
U heeft ook boeken geschreven over Hans Van Themsche, Kim de Gelder,
Els Clottemans etc.
Welke van deze grote assisenzaken heeft u het meest aangegrepen?

Antwoord:
Voor zoiets bestaat geen rangorde.

De zaak Hans Van Themsche, over de straatmoorden in Antwerpen, is me lang blijven achtervolgen.
Dat proces had een enorme weerklank en niet alleen in Antwerpen en kreeg politieke dimensies.
Qua spankracht overtrof het de zaak Janssen.

Verder denk ik aan de moord, gepleegd door de rector van de universiteit in Brussel.
En aan het proces van die openbare aanklager in Mons die zijn vrouw had vermoord.

Maar je vraagt me naar wat me heeft “aangegrepen”.
Dat woord zou ik nu niet gebruiken bij deze voorbeelden.

Hetgeen me het meest is bijgebleven – en me inderdaad heeft aangegrepen – is het eerste grote proces dat ik heb meegemaakt. Dat was in 1977 in Gent, het proces Guy Jespers.

Een onderzoeksrechter die beschuldigd werd van moord en moordpoging op zijn vrouw, het laten plegen van diefstallen, bendevorming, enz…

De zaak Jespers, dat is een zaak waar ik altijd van overtuigd was dat deze man onschuldig was, wat betreft de moord en de moordpoging. Van de moord werd hij vrijgesproken door de volksjury. Van de andere betichtingen niet, tot mijn verbijstering toen.

Dit maandenlange proces is me altijd bijgebleven en laat me nog niet los omdat ik daar voor de eerste keer heb gezien tot wat mensen in de wereld van de justitie in staat zijn.

Hier heb ik ook een boek over geschreven, het is nog dikker als het boek van Ronald Janssen.

Tijdens het proces Jespers heb ik gemerkt welke rol de politiek speelt binnen justitie.
Hierna is het ook niet gestopt.

Nadien kwam ook de zaak Vanden Boeynants, ook een politieke affaire.
Daarna het Agusta-schandaal met de smeergelden aan politieke partijen.

Vanaf toen is het vertrouwen dat ik had in justitie, totaal weg.
Politiek en justitie zijn zo verstrengeld dat het een terminale ziekte is geworden.
Ik spreek over 1976 en 1977.
In 2016 en 2017 heerst dezelfde kwaal.


Vraag 13
Hoe houdt u het volgen en bijwonen van zo grote processen over gruwelijke moorden psychisch vol?

Antwoord:
Fysisch (lichamelijk) is het soms zwaarder dan psychisch (geestelijk).
Het vergt een grote inspanning en concentratie.

Anderzijds word ik niet overvallen door de feiten.
Zo’n dossier, dat is een geleidelijke opbouw, een proces ook.

Alles overwegen, relativeert en een plaats geven én eerlijk blijven tegenover de lezers en jezelf.
En dan wordt het een stuk eenvoudiger.

Als er onverwachte dingen gebeuren op een proces of een emotionele uitbarsting, dan duurt het wat langer om dat te verwerken.

Ik denk dat wij in hetzelfde geval verkeren als brandweerlieden of ambulanciers of verplegend personeel. Met dat verschil dat we het zelf moeten verwerken, niet in groep.


Vraag 14
U hebt over veel dingen een uitgesproken mening. Waarom bent u niet in de politiek gestapt? U bent een man met ideeën over justitie en die het, naar onze mening, beter weet dan de huidige politiekers zelf.

Antwoord:
Ten eerste heb ik me altijd ver weg gehouden van het politieke gekonkelfoes.
Ik hou mij daar niet mee bezig.
Voor mij is dat allemaal hetzelfde.

Politiek is een spelletje om de macht.
Een spelletje ‘Stratego’ zou ik het kunnen noemen.

Tot welke groep men behoort, dat komt allemaal op hetzelfde neer.

Het parlement, dat is een praatbarak maar er wordt niet meer gedebatteerd.
Alles wordt nu uit de doeken gedaan in tv-studio’s, liefst op zondagochtend of op de late avond.

Zaakjes worden geregeld in zogeheten commissies, zoals die Kamercommissie Justitie, een verzameling van juridische marionetten. Daar werd het Hof van Assisen kapot gemaakt en de media zwegen erover.

Kort gezegd, alle politici zijn met hetzelfde bezig: met het eigen belang, het eigen ego, het eigen voordeel of het voordeel voor de groep waartoe ze behoren.


Vraag 15
Hoe lang hebt u erover gedaan om het boek te schrijven?

Antwoord:
Dat krijg je natuurlijk op een maand niet klaar.
Het is een goede vraag omdat het boek over het proces Clottemans af moest zijn 10 dagen na het proces, dan heb ik het ook effectief uitgebracht.

Dit was eveneens het geval met de zaak Kim de Gelder.
Het boek moest zo snel mogelijk na het einde van het proces uitgebracht worden.
Dit omdat het nog zo ‘actief’ was in de media.

Ik ben het boek over Ronald Janssen beginnen schrijven tijdens het proces.
Daarom dat alles chronologisch verloopt.

Tegen het einde van het proces, toen het duidelijk werd dat het niet de bedoeling was om het zo snel uit te brengen, is het op ralenti gekomen en heb ik er intensiever aan kunnen werken, met meer diepgang tot gevolg. Ik ben fier op dat boek en weet dat het nog vele jaren leesbaar zal blijven.

 

Hasselt, 12 januari 2017



Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

De boeken van Gust Verwerft

Al loopt de Waarheid nog zo snel, de Onzuiverheden in de media achterhalen haar wel

"Tempus omnia revelat"
"De tijd onthult alles"