Happy Hour, Vlaamse schrijvers

Jef Geeraerts (1998) en de Procureur-Generaal – “…zijn ingeboren misprijzen voor de mensheid in het algemeen…”

2 december 2018  



Jef Geeraerts
Antwerpen 1930
RIP Gent 2015
BV
Best verkopende auteur
Uitgeverij Manteau
Verfilming van zijn beste romans
1954-1960 Congo
Gangreen 1, 2, enz…
2006 laatste thriller: Coltmoorden


Fragment uit “De PG”
(geschreven in 1998)

Uitgeverij Prometheus
Amsterdam

Met PG wordt in deze erg realistische roman
de procureur-generaal van Antwerpen gesitueerd.
In het boek heet hij Albert Savelkoul
en is hij aan het einde van een schitterende loopbaan.

Zijn vrouw is van oude Belgische adel
en behoort tot het Opus Dei,
evenals de zoon.

“De PG” is rechtstreeks geïnspireerd op de schandalen
waarin de Belgische magistratuur eind jaren negentig verwikkeld was.

In de inleiding van het boek beschrijft hij raak,
zoals alleen Jef Geeraerts dat kan,
twee hoofdpersonages.

De lezer wordt meteen meegezogen.




“…Terwijl de PG verdiept was in zijn dagelijks ochtendritueel
voor de badkamerspiegel,
werd zijn tevredenheid over de uiterst gunstige vooruitzichten
(hij was voor een hele week alleen thuis)
aanzienlijk verhoogd door de vaststelling
dat hij er
voor zijn vierenzestig jaar
helemaal niet slecht uitzag.

Eén meter zesentachtig,
negentig kilo bloot op de weegschaal,
volgens Amerikaanse normen licht overweight,
maar dit was toe te schrijven aan
‘spieren van ijzer en staal die met de jaren onmerkbaar met vet dooraderd waren’.

Zijn dicht, gitzwart haar
had slechts sporadische spikkeltjes grijs aan de slapen,
zijn onderkaak was hoekig zonder dubbele kin,
zijn teint ‘basané’,
zijn neus vond hij klassiek Grieks,
zijn wenkbrauwen Saraceens
en zijn ingeboren misprijzen voor de mensheid
in het algemeen
liet hij met voorliefde blijken uit een scheef glimlachje
en een taxerende blik.

Op deze ochtend van dinsdag 25 mei 1999,
een stralende lentedag
met middagtemperaturen van om en bij de 23 graden Celsius,
was echter van het laatste niets te merken.

Hij voelde zichzelf cool
zoals de bekende cowboy uit de reclamewereld
die Marlboro-sigaretten rookt.

‘Alles is in hoofdzaak een kwestie van genen,
beweerde zijn schoolkameraad Georges Weyler
(de Jokke),
intussen een gerenommeerd internist,
die tien keer meer verdiende dan hijzelf,
maar die ook beestachtig hard moest werken.

‘Wat meer aan sport doen, Alberto,’
zei Jokke geregeld tijdens de veertiendaagse bijeenkomst van de Rotary Club,
waarbij hij speels zijn wijsvinger in de buik van de PG boorde.

Behalve paardrijden en jagen
deed hij niet aan sport
en hij hield van eten in goede restaurants,
waar hij de reputatie had een wijnkenner te zijn.

Hij concentreerde zich op de wallen onder zijn ogen
die de laatste tijd paarse adertjes hadden.

Voorzichtig nam hij de huid tussen duim en wijsvinger
en trok eraan als een elastiekje.

Guy Staas,
een andere schoolkameraad,
die plastisch chirurg was voor rijke dames,
had aangeboden hem
tegen een vriendenprijsje
‘op te trekken’,
maar de PG vond dat ronduit beschamend voor een echte man.

Waarom precies wist hij niet,
misschien was het wel vanwege zijn macho-overtuiging
dat een man in het algemeen presentabel genoeg is,
zodat hij dergelijke ingrepen niet nodig heeft.

Opnieuw,
voor de tweede keer deze ochtend,
voelde hij die verdomde spanning in zijn blaas.
Zou het dàt zijn?

Hij onderdrukte een rilling van afschuw
en dwong zichzelf er geen aandacht aan te schenken,
volgens het privé-adagium dat een probleem verdwijnt door het te negeren.

Hij bracht zijn gezicht dichter bij de spiegel,
spande de lippen
en inspecteerde zijn gebit,
waarvan het tandvlees
al enige tijd
als het ware begon te krimpen
zodat het wortelweefsel bloot kwam.

Gave tanden vond hij een must voor iemand van zijn status.

Bovendien vond hij dat
een overgroot percentage van zijn landgenoten
erbij liep met een gebit dat meer tandsteen bevatte dan ivoor.

Voorlopig hoefde hij zich daar geen zorgen over te maken.
Hij had de sterke tanden van zijn moeder
die ooit op haar zeventigste haar eerste kies had laten vullen.

Met voldoening wierp hij een blik op zijn donkere behaarde torso,
nog altijd min of meer te vergelijken met een veertigjarige atleet.

Hij keek naar de elektronische weegschaal,
slaakte een zucht
en besloot er niet op in te gaan.

Hij rekte zich
en masseerde zijn nek die,
zoals elke ochtend,
kraakte als hij hem bewoog.

Eén ding viel mee.
Zijn echtgenote,
freule Marie-Amandine de Vreux d’Alembourg
was gisteren
voor een week op reis vertrokken met adellijke vriendinnen
om Engelse tuinen te bezoeken,
zodat hij ongegeneerd kon ontbijten,
een belangrijk facet van wat hij zijn ‘elementaire mannelijke Lebensraum’ noemde.

Hij kon dus ongeschoren,
in kimono
en op blote voeten
in de keuken aan tafel gaan,
iets waar Maria Landowska,
de Poolse meid,
enorm plezier in had.

Amandine verscheen altijd,
zelfs bij het ontbijt,
opgetut als voor een goûter aan het Hof,
uiteraard in de eetkamer.

Ze at precieus,
met de pink omhoog,
haar porseleinen schoteltje yoghurt uit
en keek dwars door alles heen,
dat wil zeggen door hemzelf plus Maria,
tot wie ze zelden het woord richtte,
behalve om orders te geven in geradbraakt Vlaams,
een taal die Maria amper verstond.

‘On ne dit jamais merci au personnel’
was een van de gevleugelde woorden
die haar familie al zeven generaties in ere hield.

Met haar echtgenoot sprak ze
sinds de geboorte van haar jongste zoon
(september 1965)
via briefjes met zakelijke mededelingen.

Tijdens officiële gelegenheden of feestjes
waaraan hij niet kon ontsnappen,
spraken ze mekaar aan met
‘ma chère’ en ‘mon ami’,
zoals personages uit een negentiende-eeuwse Franse roman.

‘Bah!’ deed de PG.

Hij trok snel de grijze kimono aan met één Samoerai-karakter op de rug
(Het Korte Krachtige Leven Zonder Hart),
die zijn vriendin,
zijn schat,
zijn grote passie,
Louise
hem vorig jaar cadeau had gedaan,
toen ze hem was nagereisd naar Kyoto,
waar een congres
van specialisten in Angelsaksisch recht werd gehouden.

De PG had België vertegenwoordigd,
enerzijds
door voorspraak van zijn schoonvader,
baron Pierre Philippe de Vreux d’Alembourg,
hoogleraar emeritus Constitutioneel Recht
aan de Katholieke Universiteit van Leuven,
ex-raadsheer bij het Hof van Cassatie
en auteur van juridische standaardwerken,
en anderzijds
omdat hij een van de weinige Belgische magistraten was die de graad van DJS
(Doctor in Juridical Sciences)
had behaald aan de rechtsfaculteit van Harvard University….


Meer info


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

De boeken van Gust Verwerft

Al loopt de Waarheid nog zo snel, de Onzuiverheden in de media achterhalen haar wel

"Tempus omnia revelat"
"De tijd onthult alles"